Waarom verwelkt mijn alpendistel?
Eryngium alpinum
Alpendistel verwelkt meestal door te veel water in combinatie met slechte drainage, vooral in zware grond. Deze bergplant heeft goed doorlatende grond nodig en verdraagt geen natte voeten. Controleer eerst de bodemstructuur en verminder de watergift.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Wateroverlast en slechte drainage
Symptomen: De bladeren hangen slap, de stengels worden zacht aan de basis en de plant zakt in elkaar. Bij langdurige natigheid zie je bruine, slappe wortels en kan de wortelkrans gaan rotten.
Oplossing: Stop direct met water geven en verbeter de drainage door grof zand of grind door de grond te werken. Plant de Alpendistel desnoods om naar een hoger of hellend deel van de tuin met betere afwatering.
Extreme droogte in bloeiperiode
Symptomen: De bladeren worden grijs-blauw en krullen op, bloemen verwelken voortijdig en de hele plant ziet er droog en breekbaar uit. De grond is kurkdroog tot diep in de wortelzone.
Oplossing: Geef de plant een grondige drenking tot 20-30 cm diep, bij voorkeur 's avonds. Herhaal dit één keer per week tijdens droge periodes in de zomer, maar laat de grond tussen de gietbeurten goed opdrogen.
Te zware kleigrond zonder drainage
Symptomen: De plant groeit traag, bladeren verwelken ondanks voldoende regen en de grond blijft lang nat en kleverig. Na regen staat er water op de grond.
Oplossing: Verbeter de grondstructuur door royaal grof zand, perliet of grind in te werken tot 30 cm diep. Overweeg om de Alpendistel op een verhoogd bed te planten met een mengsel van teelaarde en grind.
Wortelschade door woelende dieren
Symptomen: De plant verwelkt plotseling terwijl de omstandigheden goed lijken. Je ziet losse grond rond de plant of sporen van graafactiviteit, en de plant wiebelt makkelijk in de grond.
Oplossing: Druk de grond stevig aan rond de wortels en geef water. Bescherm de plek met kippengaas of een omheining tegen mollen, woelmuizen of konijnen tot de plant zich hersteld heeft.
Plant Alpendistel altijd in goed doorlatende grond met grof zand of grind, vooral op zware bodems. Kies een plek in volle zon of lichte halfschaduw op een helling of verhoogd bed waar water niet kan blijven staan. Geef matig water tijdens droge zomers maar laat de grond tussen de gietbeurten altijd opdrogen – deze bergplant verdraagt droogte beter dan natigheid.