Waarom verliest mijn duifkruid 'Butterfly Blue' bladeren?
Scabiosa columbaria 'Butterfly Blue'
Bladverlies bij Duifkruid 'Butterfly Blue' komt meestal door te veel vocht in combinatie met slechte drainage, vooral in de winter. Controleer eerst of de grond goed doorlatend is en of er geen waterophoping rond de voet van de plant zit. Duifkruid is een droogteminnende plant die kalkhoudende, goed gedraineerde grond nodig heeft.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Wateroverlast en slechte drainage
Symptomen: Onderste bladeren worden geel en vallen af, de grond voelt langdurig nat aan, mogelijk bruine of zwarte verkleuring aan de voet van de plant. Dit gebeurt vooral na regenperiodes of in zware kleigrond.
Oplossing: Verbeter de drainage door grof zand of grind door de grond te werken. Verminder het water geven en zorg dat overtollig water kan wegstromen. Plant eventueel over naar een hoger gelegen plek of verhoogd bed.
Natuurlijke winterrust
Symptomen: Bladeren verkleuren en vallen geleidelijk af in het najaar, vooral de oudere bladeren. De plant trekt zich terug naar een winterrozet of kale stengels. Dit is normaal gedrag voor deze vaste plant.
Oplossing: Geen actie nodig, dit is natuurlijk. Knip afgestorven bladeren weg in het vroege voorjaar. De plant komt in maart-april weer uit met vers blad.
Te veel schaduw
Symptomen: Bladeren worden slap en licht van kleur voordat ze afvallen, de plant groeit slecht en bloeit minder. De stengels worden langer en ijler (vergroening).
Oplossing: Verplaats de plant naar een locatie met minimaal 5-6 uur zon per dag. Duifkruid heeft volle zon nodig voor gezonde bladgroei en rijke bloei.
Meeldauw of schimmelinfectie
Symptomen: Wit poederachtig beslag op bladeren die vervolgens verdrogen en afvallen, vooral bij vochtige zomers. Begint meestal op oudere, onderste bladeren.
Oplossing: Verwijder aangetaste bladeren en verbeter de luchtcirculatie door planten niet te dicht op elkaar te zetten. Besproei met een biologisch schimmelmiddel op basis van zwavel indien nodig.
Plant Duifkruid altijd in goed doorlatende, bij voorkeur kalkhoudende grond op een zonnige plek. Werk bij zware grond voor het planten grof zand of grind door en plant iets verhoogd. Geef matig water en vermijd nat bladwerk; laat de grond tussen waterbeurten licht opdrogen. Zorg voor voldoende plantafstand (30-40 cm) voor goede luchtcirculatie.