Waarom krijgt mijn gaura gele bladeren?
Gaura lindheimeri
Gele bladeren bij Gaura ontstaan meestal door te veel water of een te zware, natte grond. Deze droogteminnende vaste plant houdt van goed doorlatende grond en verdraagt geen natte voeten. Controleer eerst of de grond niet te lang vochtig blijft en verminder zo nodig de watergift.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Te veel water of slechte drainage
Symptomen: De onderste bladeren worden eerst geel, de grond voelt langdurig vochtig aan en de plant groeit slecht. Bij aanhoudende natigheid kunnen wortels gaan rotten en krijgt de hele plant een slap, ongezond uiterlijk.
Oplossing: Stop direct met water geven tot de grond goed is opgedroogd. Verbeter de drainage door grof zand of grind door de grond te werken, of verplant de Gaura naar een hoger, droger plekje met doorlatende grond.
Stikstoftekort in arme grond
Symptomen: De oudere, onderste bladeren verkleuren gelijkmatig geelgroen terwijl de jongste bladeren nog groen blijven. De plant bloeit minder rijk en groeit traag, vooral in uitgeloogde zandgrond.
Oplossing: Geef in het voorjaar een lichte gift organische meststof of compost. Overdrijf niet: Gaura heeft weinig voeding nodig en te veel stikstof geeft veel blad maar weinig bloemen.
Natuurlijke veroudering onderste bladeren
Symptomen: Alleen de alleronderste, oudste bladeren worden geel en vallen af, terwijl de rest van de plant er gezond uitziet en volop bloeit. Dit gebeurt vooral in de zomer tijdens de bloeiperiode.
Oplossing: Dit is normaal en vereist geen actie. Verwijder de gele bladeren voor een netter uiterlijk. Zorg dat de plant voldoende zon krijgt en niet te nat staat, dan blijft de rest vitaal.
Te weinig zon of te schaduwrijk
Symptomen: De hele plant wordt lichter van kleur en de bladeren verliezen hun frisse groene tint. De stengels worden slap en lang, de bloei valt tegen en de plant groeit ijl.
Oplossing: Verplant de Gaura naar een plek met volle zon (minimaal 6 uur direct zonlicht per dag). Deze plant presteert alleen goed op een zonnige, warme standplaats.
Plant Gaura altijd op een zonnige plek in goed doorlatende, liefst zandige of lemige grond. Geef spaarzaam water – alleen bij extreme droogte – en werk bij zware kleigrond voor het planten grof zand of grind door de bodem. Een lichte compostgift in het voorjaar is voldoende voeding voor het hele seizoen.