
Treurwilg
Salix babylonica
Engels: Weeping Willow
Treurwilg (Salix babylonica) is een boom uit de familie Salicaceae die tot 20 meter hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de lente met gele bloemen en trekt bijen en vogels aan.
1000–2000 cm
800–1500 cm
volle zon
veel water
kleigrond, leemgrond, veengrond
gemiddeld onderhoud
lente
gele
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| ✂️Snoeien | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
De treurwilg plant je bij voorkeur in oktober, november of maart, wanneer de boom in rust is en de grond nog bewerkbaar. Kies een standplaats in volle zon met voldoende ruimte: deze imposante boom bereikt een hoogte van 10 tot 20 meter en een breedte van 8 tot 15 meter. Houd daarom minimaal 10 meter afstand tot gebouwen, terrassen en bestrating, want de wortels zijn krachtig en kunnen funderingen en rioleringen beschadigen. De treurwilg gedijt uitstekend op klei-, leem- en veengrond en heeft een hoge waterbehoefte. Een plek nabij water – langs een vijver, sloot of beek – is ideaal. Graaf een ruim plantgat van minstens twee keer de breedte en anderhalf keer de diepte van de kluit. Meng de uitgegraven grond met compost of goed verteerde mest om de structuur te verbeteren. Plaats de boom zo dat de bovenkant van de kluit gelijk ligt met het maaiveld; te diep planten leidt tot wortelrot. Vul het plantgat voor de helft met de verbeterde grond, stamp licht aan en geef flink water om luchtbellen te verwijderen. Vul daarna het gat volledig en maak een gietrand rondom de stam. Geef direct na het planten 20 tot 30 liter water. Breng een laag mulch van 5 tot 7 centimeter aan rond de stam (niet tegen de stam zelf) om vochtverlies te beperken. Plaats bij jonge bomen een stevige paal aan de windzijde en bind de stam met een brede band vast om scheefgroeien te voorkomen. Controleer de eerste maanden regelmatig of de boom voldoende vocht krijgt, vooral in droge perioden.
Snoeien
Snoei de treurwilg in de wintermaanden november tot en met februari, wanneer de boom in volledige rust is en het sap niet meer stroomt. Snoeien buiten deze periode leidt tot hevig 'bloeden' – het uitvloeien van sap – wat de boom verzwakt en ziektekiemen kan binnenlaten. Gebruik altijd scherp en schoon gereedschap: een snoeizaag voor dikkere takken (vanaf 5 centimeter diameter) en een scherpe snoeischaar voor dunner hout. Begin met het verwijderen van dood, ziek of beschadigd hout. Verwijder vervolgens takken die naar binnen groeien of elkaar kruisen, zodat de kroon lucht en licht krijgt. Let op waterscheuten – verticale, snelgroeiende twijgen aan de stam of hoofdtakken – en verwijder deze volledig bij de basis. Bij de treurwilg is vormgeving belangrijk: de karakteristieke hangende takken mogen tot op de grond reiken, maar verwijder takken die hinderlijk zijn voor onderhoud of doorgang. Oudere treurwilgen kunnen rigoureus worden teruggesnoeid als de kroon te zwaar of ongelijk wordt. Je kunt hoofdtakken inkorten tot 30 tot 50 centimeter van de stam; de wilg herstelt zich snel en vormt nieuwe scheuten. Snij altijd net boven een oog of zijtak onder een lichte hoek, zodat regenwater kan weglopen. Vermijd het achterlaten van stompen, want die rotten en trekken schimmels aan. Jonge bomen hoef je de eerste twee jaar nauwelijks te snoeien; beperk je tot het verwijderen van dode twijgen. Vanaf het derde jaar kun je beginnen met het opbouwen van een sterke kroonstructuur door zwakke en slecht geplaatste takken weg te nemen.
Onderhoud
De treurwilg heeft een hoge waterbehoefte en verdraagt geen droogte. Geef in droge perioden van april tot september wekelijks 40 tot 60 liter water, vooral bij jonge bomen en bij bomen die niet direct aan water staan. Oudere exemplaren nabij een vijver of sloot halen zelf voldoende vocht uit de bodem. Controleer regelmatig of de grond vochtig blijft; uitdroging leidt tot bladval en groeivertraging. Bemest de treurwilg in maart en april met organische mest zoals compost of koemestkorrels. Strooi ongeveer 3 tot 5 kilogram rond de stam (buiten een straal van 50 centimeter) en werk dit licht in. Een extra gift in april ondersteunt de snelle voorjaarsgroei. Vermijd stikstofrijke kunstmest na juni, want dat stimuleert zachte groei die gevoelig is voor vorst. De treurwilg is winterhard in zone 4a tot 9b en heeft geen winterbescherming nodig. Jonge bomen kunnen bij strenge vorst last krijgen van schorsscheuren; een witkalklaag op de stam in november voorkomt dit. Breng jaarlijks in het voorjaar een laag mulch van 5 centimeter aan om vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken. Veelvoorkomende plagen zijn bladluizen en wilgenhoutrups. Bladluizen bestrijdt je met een harde waterstraal of natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes. De wilgenhoutrups vreet gaten in bladeren; pluk rupsen handmatig weg of gebruik een biologisch middel op basis van Bacillus thuringiensis. Schimmelziekten zoals wilgenroest (oranje vlekken op bladeren) komen voor bij vochtig weer; verwijder aangetast blad en verbeter de luchtstroom door de kroon. Wilgenschurft veroorzaakt zwarte vlekken; snoei aangetaste takken weg en verbrand deze.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij treurwilg
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je treurwilg
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je treurwilg te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.