Waarom krijgt mijn vlinderstruik gele bladeren?
Buddleja davidii
Gele bladeren bij vlinderstruik ontstaan meestal door te veel water of een stikstoftekort. Vlinderstruik is een droogteminnende struik die juist goed gedijt op arme, goed doorlatende grond. Controleer eerst of de grond niet te nat is en of de plant voldoende voedingsstoffen krijgt.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Te veel water of slechte drainage
Symptomen: De onderste bladeren worden eerst geel, de grond voelt langdurig vochtig aan en de plant groeit slap. Bij ernstige wateroverlast kunnen ook jonge scheuten slap hangen.
Oplossing: Stop met water geven en laat de grond goed opdrogen. Verbeter de drainage door grof zand of grind door de grond te mengen. Plant eventueel om naar een hoger of droger plekje in de tuin.
Stikstoftekort in arme grond
Symptomen: Oudere bladeren worden gelijkmatig geelgroen, de groei stagneert en de bloei valt tegen. De plant ziet er over het algemeen wat futloos uit.
Oplossing: Geef in het voorjaar een handvol organische meststof zoals compost of een schep gerijpte mest rond de voet. Een snelwerkende stikstofmeststof geeft binnen twee weken verbetering.
IJzergebrek op kalkhoudende grond
Symptomen: Jonge bladeren worden geel met groen blijvende nerven (bladnervatuur). Dit verschijnsel begint aan de top van de scheuten en verspreidt zich naar beneden.
Oplossing: Geef ijzerchelaat volgens de dosering op de verpakking. Werk jaarlijks compost door de grond om de pH iets te verlagen en ijzer beter beschikbaar te maken.
Natuurlijke bladvernieuwing in najaar
Symptomen: Oudere bladeren aan de onderkant van de takken verkleuren geel en vallen af, terwijl de rest van de plant er gezond uitziet. Dit gebeurt vooral eind zomer en in het najaar.
Oplossing: Dit is normaal en vereist geen actie. Verwijder eventueel de gele bladeren voor een netter uiterlijk. De plant bereidt zich voor op de winter.
Plant vlinderstruik op een zonnige plek in goed doorlatende grond en geef spaarzaam water – alleen bij extreme droogte. Geef elk voorjaar een lichte bemesting met compost of organische meststof voor voldoende voedingsstoffen. Vermijd zware kleigrond en plekken waar water blijft staan.
