Hoe bestrijd ik luizen op mijn wilde wingerd?
Parthenocissus quinquefolia
Luizen op wilde wingerd zijn een veelvoorkomend probleem, vooral in het voorjaar wanneer jonge scheuten uitlopen. De beste eerste stap is de plant afspuiten met een harde waterstraal, wat bij deze stevige klimmer uitstekend werkt. Bij aanhoudende plaag kun je overstappen op natuurlijke bestrijding met groene zeep of biologische middelen.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Bladluizen op jonge scheuten
Symptomen: Kleine groene, zwarte of bruine insecten zitten in clusters op jonge bladeren en ranken. De bladeren krullen op en worden plakkerig door honingdauw. Vaak zie je mieren die de luizen 'hoeden'.
Oplossing: Spuit de plant krachtig af met water, herhaal dit om de 2-3 dagen. Bij hardnekkige plaag behandel je met groene zeep (1 eetlepel per liter water), spray vooral de onderkant van bladeren in.
Wortelluis aan de voet
Symptomen: De plant groeit slecht en bladeren verkleuren, maar je ziet geen luizen op het blad. Bij de wortelvoet of net onder de grond zitten witgrijze luizen die een wasachtige substantie afscheiden.
Oplossing: Giet de voet van de plant met een oplossing van groene zeep. Verbeter de bodemstructuur door compost toe te voegen, zodat natuurlijke vijanden zoals roofmijten zich vestigen. Zorg voor goede drainage.
Te weinig natuurlijke vijanden
Symptomen: Luizen blijven terugkomen ondanks behandeling. Je ziet weinig lieveheersbeestjes, zweefvliegen of gaasvliegen in de tuin. De wilde wingerd staat geïsoleerd zonder andere beplanting.
Oplossing: Plant bloemen zoals goudsbloem, venkel of schermbloemigen in de buurt om natuurlijke vijanden aan te trekken. Laat een deel van de luizen zitten als voedsel voor deze nuttige insecten, zodat ze blijven.
Voorkom luizenplagen door de wilde wingerd niet te zwaar te bemesten, want te veel stikstof zorgt voor malse scheuten die luizen aantrekken. Stimuleer natuurlijke vijanden door een gevarieerde tuin aan te leggen met inheemse bloemen en struiken. Controleer in het vroege voorjaar regelmatig de jonge scheuten, zodat je een beginnende plaag meteen kunt afspuiten voordat deze zich uitbreidt.