Waarom verwelkt mijn boerenpioen?
Paeonia officinalis
Je boerenpioen verwelkt meestal door te veel water of een schimmelinfectie. Pioenrozen hebben goed doorlatende grond nodig en zijn gevoelig voor botrytis, vooral in vochtige omstandigheden. Controleer eerst of de grond niet te nat is en verwijder alle verwelkte plantdelen.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Botrytis-schimmel (grauwe schimmel)
Symptomen: Jonge scheuten en knoppen worden bruin en slap, bedekt met een grijs schimmelwaas. Vooral bij vochtig weer zie je dit aan de basis van de stengels en op jonge bladeren.
Oplossing: Knip alle aangetaste delen ruim weg tot in het gezonde weefsel en gooi ze in de afvalbak, niet op de composthoop. Verbeter de luchtstroom door planten niet te dicht op elkaar te zetten en water 's ochtends aan de voet.
Wateroverlast en slechte drainage
Symptomen: De hele plant verwelkt geleidelijk, bladeren hangen slap ondanks vochtige grond. De grond blijft lang nat na regen of water geven en ruikt muf.
Oplossing: Stop met water geven en verbeter de drainage door compost of grof zand door de klei- of leemgrond te werken. Bij ernstige wateroverlast kun je de plant in het najaar verplanten naar een hoger of beter drainerend plekje.
Te droge grond tijdens bloei
Symptomen: Bladeren en bloemen verwelken snel, vooral tijdens warme periodes. De grond voelt kurkdroog aan en trekt van de plantvoet weg.
Oplossing: Geef direct een flinke emmer water aan de voet van de plant. Breng een laag compost of bladmulch aan om vocht beter vast te houden, vooral tijdens de bloeiperiode in mei-juni.
Te diep geplant
Symptomen: De plant groeit slecht, verwelkt zonder duidelijke reden en bloeit nauwelijks of niet. Dit probleem zie je vaak bij pas verplante pioenrozen.
Oplossing: Verplant de pioen in het najaar (september-oktober) en zorg dat de ogen (knoppen) maximaal 3-5 cm onder het grondoppervlak zitten. Te diep planten verzwakt de hele plant.
Plant je boerenpioen in goed doorlatende leem- of kleigrond die je eventueel verbetert met compost. Zorg voor voldoende ruimte tussen planten voor goede luchtstroom en verwijder in het najaar al het oude blad om schimmelsporen te verwijderen. Geef matig water, alleen bij droogte, en plant nooit dieper dan 3-5 cm boven de ogen.