
Paddenlelie
Tricyrtis hirta
Engels: Toad lily
Paddenlelie (Tricyrtis hirta) is een vaste plant uit de familie Liliaceae die tot 90 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in halfschaduw tot schaduw en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de late zomer en herfst met witte, paarse bloemen en trekt bijen aan.
60–90 cm
30–45 cm
halfschaduw, schaduw
gemiddeld
leemgrond, kleigrond
gemiddeld onderhoud
late zomer, herfst
witte, paarse
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| ✂️Snoeien | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
De paddenlelie plant je bij voorkeur in het voorjaar tussen maart en mei, zodra de ergste nachtvorst voorbij is en de bodem goed bewerkbaar wordt. Kies een beschutte plek in halfschaduw of volledige schaduw, bijvoorbeeld onder loofbomen of aan de noordkant van een gebouw. De plant verdraagt geen felle middagzon, die de bladeren kan verbranden en de bloei vermindert. Bereid de grond grondig voor door de plantplek 30 centimeter diep om te spitten. Paddenlelies gedijen het beste in vochthoudende, humusrijke leemgrond of kleigrond met een goede drainage. Werk bij zandige of arme grond ruim compost of bladaarde door de bodem om het vochtvasthoudend vermogen te verbeteren. Bij zware kleigrond meng je wat grof zand erdoor om wateroverlast te voorkomen, want hoewel de plant vocht waardeert, mag het water niet blijvend rond de wortels staan. Graaf een plantgat dat ongeveer anderhalf keer zo breed en diep is als de kluit. Plaats de plant op dezelfde diepte als in de pot, zodat de bovenkant van de kluit gelijk ligt met het maaiveld. Houd een plantafstand van 40 centimeter aan tot andere planten, zodat de paddenlelie voldoende ruimte krijgt om uit te groeien tot haar uiteindelijke breedte van 30 tot 45 centimeter. Vul het plantgat met de verbeterde grond en druk licht aan. Geef direct na het planten royaal water om de grond goed te laten aansluiten rond de wortels en luchtbellen te verwijderen. Breng een laag van 5 centimeter organisch mulchmateriaal aan, zoals bladcompost of gehakseld hout. Deze mulchlaag houdt de bodem koel en vochtig, onderdrukt onkruid en bootst de natuurlijke bosbodemomstandigheden na waar de paddenlelie van nature groeit.
Snoeien
De paddenlelie vraagt om een beperkte, maar wel gerichte snoeibeurt in het vroege voorjaar, specifiek in maart of april. Anders dan veel andere vaste planten snoei je de paddenlelie niet direct na de bloei in het najaar. Laat het afgestorven blad en de stengels de hele winter staan, want dit biedt bescherming aan de wortelstok tegen vorst en extreme temperatuurschommelingen. Wacht met snoeien tot het voorjaar, wanneer je de eerste nieuwe scheuten aan de voet van de plant ziet verschijnen. Dit is meestal eind maart of begin april, afhankelijk van het weer. Gebruik een schone, scherpe snoeischaar om besmetting met ziekten te voorkomen. Knip alle oude, bruine stengels vlak boven de grond af, ongeveer 2 tot 3 centimeter boven het maaiveld. Verwijder ook eventuele dode of beschadigde bladresten die rond de plant liggen. Tijdens het groeiseizoen hoef je de paddenlelie niet te snoeien in traditionele zin. Wel is het aan te raden om regelmatig uitgebloeide bloemen weg te knippen, vooral als je geen zaad wilt laten vormen. Dit zogenaamde uitknijpen stimuleert de plant om meer energie in nieuwe bloemen te steken in plaats van in zaadvorming, waardoor de bloeiperiode in augustus en september iets verlengd kan worden. Let op dat de stengels van de paddenlelie relatief breekbaar zijn. Wees daarom voorzichtig bij het snoeien en vermijd onnodige druk op de nieuwe scheuten. Als de plant te dicht of te breed wordt, kun je in het vroege voorjaar ook overwegen om de hele pol te delen. Graaf de plant op, verdeel de wortelstok in kleinere stukken met elk minstens drie groeipunten, en herplant deze direct op de gewenste afstand.
Onderhoud
Watergeven vraagt bij de paddenlelie om regelmatige aandacht, vooral tijdens droge perioden in de zomer. Houd de grond gelijkmatig vochtig maar niet drijfnat. Geef in droge weken één tot twee keer per week grondig water, liever een flinke beurt dan dagelijks kleine beetjes. Water bij voorkeur 's ochtends aan de voet van de plant om schimmelziekten te voorkomen. In het najaar en de winter heeft de plant minder water nodig, maar zorg dat de grond niet volledig uitdroogt. Bemest de paddenlelie drie keer per jaar: in april, mei en juni. Gebruik een organische meststof zoals compost of een gebalanceerde tuinmeststof met een NPK-verhouding van ongeveer 10-10-10. Strooi in april een laag compost rond de plant en werk deze licht in. Geef in mei en juni een vloeibare meststof volgens de dosering op de verpakking. Stop met bemesten na juni, zodat de plant zich kan voorbereiden op de winter en het hout kan verharden. De paddenlelie is winterhard in zone 5 tot 9 en overleeft Nederlandse winters normaal gesproken zonder problemen. Laat, zoals eerder vermeld, het afgestorven blad staan als natuurlijke bescherming. In zeer strenge winters of bij jonge planten kun je extra bescherming bieden met een dikke laag bladeren of dennentakken over de wortelzone. Veelvoorkomende problemen zijn slakken en naaktslakken, die vooral in het voorjaar de jonge scheuten en bloemen beschadigen. Controleer regelmatig en verwijder slakken handmatig of gebruik milieuvriendelijke slakkenkorrels. Bladluizen kunnen soms op de bloemknoppen verschijnen; spuit deze af met een krachtige waterstraal of gebruik zeepsop. Schimmelziekten zoals meeldauw komen voor bij te vochtige omstandigheden en slechte luchtcirculatie—zorg daarom voor voldoende plantafstand en vermijd nat blad.
Meer over deze plant
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je paddenlelie
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je paddenlelie te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.