Waarom verwelkt mijn phlox?
Phlox paniculata
Phlox verwelkt meestal door droogtestress of meeldauw, twee veelvoorkomende problemen bij deze vaste plant. Controleer eerst of de grond voldoende vochtig is, vooral tijdens warme periodes. Bij meeldauw zie je daarnaast een wit poederachtig laagje op de bladeren.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Droogtestress door te weinig water
Symptomen: De bladeren hangen slap naar beneden, voelen droog aan en de grond is kurkdroog tot enkele centimeters diep. Verwelking begint vaak onderaan de plant en verspreidt zich naar boven.
Oplossing: Geef direct een flinke hoeveelheid water (10-15 liter per plant) en zorg daarna voor regelmatige watergift, vooral in droge periodes. Breng een laagje mulch aan rond de plant om vocht langer vast te houden.
Meeldauw infectie
Symptomen: Je ziet een wit tot grijsachtig poederlaagje op bladeren en stengels, bladeren verwelken en verkleuren geel-bruin. De onderste bladeren zijn meestal het eerst aangetast.
Oplossing: Verwijder alle aangetaste bladeren en verbeter de luchtcirculatie door planten dunner te zetten. Bespuit bij ernstige aantasting met een biologisch meeldauwmiddel op basis van zwavel of lecithine.
Wortelrot door te natte grond
Symptomen: De plant verwelkt ondanks vochtige grond, wortels zijn bruin en zacht in plaats van wit en stevig. Je ruikt mogelijk een muf, zure geur bij de wortels.
Oplossing: Verminder direct de watergift en verbeter de drainage door grof zand of compost door de grond te werken. Bij ernstige aantasting moet je de plant verplaatsen naar een locatie met betere drainage.
Stengelboor of andere insectenschade
Symptomen: Individuele stengels verwelken plotseling terwijl de rest gezond lijkt. Je ziet mogelijk gaatjes in de stengel of zwarte uitwerpselen van larven.
Oplossing: Knip aangetaste stengels direct af tot onder het beschadigde deel en verbrand of gooi ze weg. Controleer regelmatig op nieuwe aantasting en verwijder larven handmatig.
Plant Phlox op een plek met goede luchtcirculatie en voldoende ruimte tussen planten (40-50 cm) om meeldauw te voorkomen. Zorg voor een goed doorlatende bodem door jaarlijks compost in te werken en geef regelmatig water tijdens droge periodes, maar voorkom dat de grond drassig wordt. Verwijder in het voorjaar oude stengels en bladresten om ziektes en plagen te beperken.