Waarom krijgt mijn ui bruine bladeren?
Allium cepa
Bruine bladeren bij ui ontstaan meestal door te veel vocht of een schimmelinfectie. Controleer eerst of de grond goed drainerend is en verminder het water geven. Ui heeft weinig water nodig en staat het liefst in goed doorlatende zand- of leemgrond.

Meest waarschijnlijke oorzaken
Te veel water of slechte drainage
Symptomen: De bladpunten worden eerst geel en dan bruin, beginnend van boven naar beneden. De grond voelt langdurig nat aan en de plant groeit traag. Soms ruiken de wortels muf.
Oplossing: Stop direct met water geven tot de grond is opgedroogd. Verbeter de drainage door compost of zand door de grond te mengen. Geef ui voortaan spaarzaam water, alleen bij langdurige droogte.
Uienvlieg of trips
Symptomen: Bruine, verdorde bladpunten met kleine witte larven of zilverachtige vlekjes op het blad. Je ziet soms kleine zwarte vliegjes rond de plant of kleine insecten tussen de bladeren.
Oplossing: Verwijder aangetaste bladeren en dek de rij af met insectennet. Bij ernstige aantasting kun je biologische middelen op basis van nematoden gebruiken of de plant verwijderen om verspreiding te voorkomen.
Valse meeldauw (Peronospora)
Symptomen: Grijspaarse schimmelpluis op de bladeren, vooral bij vochtig weer. De bladeren worden bruin en slap, beginnend bij oudere bladeren. De plant blijft achter in groei.
Oplossing: Verwijder alle aangetaste bladeren en verbeter de luchtcirculatie door onkruid te wieden. Voorkom bladnattigheid door 's ochtends te gieten en niet over het blad. Bij ernstige aantasting kun je een koperhoudend middel gebruiken.
Natuurlijke afrijping
Symptomen: De bladeren worden bruin en vallen om, beginnend vanaf half juli tot augustus. De uienbollen zijn stevig en de nek wordt zacht. Dit gebeurt gelijkmatig over de hele rij.
Oplossing: Dit is normaal en betekent dat de ui klaar is voor de oogst. Stop met water geven en laat de bladeren volledig afsterven. Oogst de uien als twee derde van het loof is omgevallen en laat ze nadrogen.
Plant ui op een zonnige plek in goed doorlatende zand- of leemgrond en geef spaarzaam water. Wissel jaarlijks van plek (vruchtwisseling) en plant niet na andere looksoorten om ziektes en plagen te voorkomen. Houd voldoende afstand tussen de planten voor goede luchtcirculatie en dek jonge planten af met insectennet tegen uienvlieg.