Ui (Allium cepa)
Foto: Colin / Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0bron

Ui

Allium cepa

Engels: Onion

groenteAmaryllidaceaeEetbaar

Ui (Allium cepa) is een eetbaar groente uit de familie Amaryllidaceae die tot 50 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt weinig onderhoud.

Hoogte

20–50 cm

Breedte

10–15 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

weinig water

Grondsoort

zandgrond, leemgrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
💧Bemesten
🍎Oogsten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw ui aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Uien plant je bij voorkeur in maart of april, zodra de grond voldoende is opgewarmd en niet meer te nat is. Kies een plek in volle zon, want uien hebben minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig voor een goede bolvorming. De ideale grond is een goed doorlatende zandgrond of leemgrond met een neutrale tot licht alkalische pH (6,5–7,5). Zware kleigrond is minder geschikt omdat dit wateroverlast en rotting kan veroorzaken. Bereid de grond voor door deze twee tot drie weken voor het planten om te spitten en onkruid grondig te verwijderen. Werk compost of goed verteerde mest door de bodem om de structuur te verbeteren, maar gebruik geen verse mest omdat dit schimmelziekten in de hand werkt. Maak de grond fijn en egaal, zodat de uienbolletjes goed contact maken met de aarde. Plant de uiensets (kleine bolletjes) op een onderlinge afstand van 10 centimeter in rijen die 25 tot 30 centimeter uit elkaar liggen. Druk elk bolletje met de punt naar boven voorzichtig in de grond, zodat het topje net boven het oppervlak uitsteekt. Plant niet te diep, want dit vertraagt de groei en kan leiden tot rotting. Als je zaait in plaats van sets plant, zaai dan op een diepte van ongeveer 1 centimeter en dun later uit tot de juiste plantafstand. Geef direct na het planten een lichte watergift om de wortels te stimuleren, maar overdrijf niet: uien hebben een laag waterbehoefte en te veel vocht is schadelijk. Mulch is bij uien niet aan te raden, omdat dit vocht vasthoudt en schimmelziekten bevordert. Houd de grond in de eerste weken onkruidvrij door voorzichtig te schoffelen zonder de ondiepe wortels te beschadigen.

Snoeien

Uien hoeven niet gesnoeid te worden in de traditionele zin van het woord, omdat ze geen houtige takken of vertakte structuur hebben. In plaats van snoeien draait het onderhoud van uien om het verwijderen van ongewenst blad en het tijdig afbreken van bloeiwijzen, mocht de plant onverhoopt gaan schieten. Als een ui in bloei schiet – wat kan gebeuren bij stress, te vroeg planten of wisselende temperaturen – zie je een stevige bloemstengel omhoogkomen. Breek deze bloemstengel direct af zodra je hem opmerkt, bij voorkeur aan de basis. Een schietende ui stopt namelijk met bolvorming en steekt alle energie in zaadproductie, wat resulteert in een kleine, houterige bol die slecht houdbaar is. Door de bloemstengel snel te verwijderen, kun je soms nog een redelijke bol oogsten, hoewel deze minder lang bewaarbaar blijft. Gedurende het groeiseizoen kun je gele of beschadigde bladeren voorzichtig verwijderen, maar laat het gezonde loof intact staan. Het groene blad is essentieel voor fotosynthese en bolontwikkeling. Pas tegen het einde van het seizoen, in juli of augustus, begint het loof vanzelf te vergelen en om te vallen. Dit is een natuurlijk proces dat aangeeft dat de ui rijp is. Forceer dit niet door het loof te knikken of plat te trappen, zoals vroeger wel werd aangeraden; dit vergroot juist het risico op schimmelinfecties en vermindert de houdbaarheid. Laat het loof op natuurlijke wijze afsterven en wacht met oogsten tot minstens tweederde van de bladeren is omgevallen. Na de oogst kun je het verdorde loof afknippen, maar laat eerst de uien goed nadrogen met het loof er nog aan voor optimale houdbaarheid.

Onderhoud

Uien hebben een laag waterbehoefte en zijn gevoelig voor te veel vocht. Water alleen tijdens langdurige droogte in de lente en vroege zomer, wanneer de bol zich vormt. Geef dan eens per week een matige gift, maar stop volledig met water geven vanaf eind juni of begin juli, zodra het loof begint te vergelen. Droge omstandigheden in de laatste weken bevorderen een stevige schil en goede houdbaarheid. Te veel water leidt tot rotting, schimmelziekten en slechte bewaarbare bollen. Bemest uien matig in april, bij voorkeur met een stikstofrijke meststof zoals bloedmeel of een organische groentemeststof. Strooi dit rond de plantjes en werk het licht in. Geef geen extra bemesting na mei, want te veel stikstof in de tweede helft van het seizoen bevordert bladgroei ten koste van bolvorming en maakt de uien gevoeliger voor ziekten. Een eenmalige gift in het voorjaar is voldoende voor een goede oogst. Uien zijn winterhard tot zone 5a, maar worden in Nederland en Vlaanderen meestal als eenjarige geteeld en in het najaar geoogst. Overwinteren is dus niet aan de orde. Houd de grond gedurende het seizoen onkruidvrij door regelmatig oppervlakkig te schoffelen; onkruid concurreert om voedingsstoffen en vocht. Veelvoorkomende plagen zijn de uienvlieg, waarvan de larven zich in de bol boren, en trips, die zilverachtige vlekken op het blad veroorzaken. Voorkom uienvlieg door een insectengaas te gebruiken in mei en juni. Schimmelziekten zoals valse meeldauw (grijze, pluizige vlekken op blad) komen voor bij vochtig weer; zorg voor goede drainage en ruime plantafstand. Verwijder aangetaste planten direct om verspreiding te voorkomen.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij ui

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je ui

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je ui te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.