
Zilverkaars
Cimicifuga racemosa
Engels: Black cohosh
Zilverkaars (Cimicifuga racemosa) is een vaste plant uit de familie Ranunculaceae die tot 200 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in halfschaduw tot schaduw en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de zomer en late zomer met witte bloemen en trekt bijen en vlinders aan.
150–200 cm
50–70 cm
halfschaduw, schaduw
gemiddeld
leemgrond, kleigrond
weinig onderhoud
zomer, late zomer
witte
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| ✂️Snoeien | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
De zilverkaars plant je het beste in maart, april, september of oktober, wanneer de grond voldoende vochtig is en de plant goed kan wortelen voor of na de zomer. Kies een standplaats in halfschaduw of volledige schaduw; deze vaste plant gedijt uitstekend onder bomen of langs een noordgevel waar veel andere planten moeite hebben. Direct zonlicht kan de bladeren verbranden en de bloei beperken. Bereid de grond grondig voor door deze minimaal 30 centimeter diep om te spitten. Zilverkaars houdt van een vruchtbare, humusrijke leemgrond of kleigrond die goed vocht vasthoudt maar niet drassig wordt. Werk bij zandige grond ruim compost of bladaarde door de bodem om het vochtvasthoudend vermogen te verbeteren. Bij zware kleigrond kun je wat grof zand toevoegen voor betere drainage, hoewel deze plant klei goed verdraagt. Plant de wortelkluit op dezelfde diepte als in de pot; te diep planten kan wortelrot veroorzaken. Houd een plantafstand van 60 centimeter aan, want de plant wordt 50 tot 70 centimeter breed en heeft ruimte nodig voor goede luchtcirculatie. Maak het plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng de uitgegraven grond met compost. Geef direct na het planten flink water, ook in het najaar, zodat de wortels goed contact maken met de grond. Breng een laag van 5 tot 7 centimeter organische mulch aan rond de plant (gehakseld blad, compost of schors) om vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken. Houd de eerste weken na planten de grond gelijkmatig vochtig. Steun is meestal niet nodig, tenzij de standplaats erg winderig is; dan kun je discreet een bamboestok plaatsen.
Snoeien
Zilverkaars vraagt weinig snoeiwerkzaamheden, maar op twee momenten in het jaar kun je de plant onderhouden. In november, na de bloei en wanneer de stengels zijn afgestorven, knip je de hele plant terug tot net boven de grond. Gebruik een schone snoeischaar en verwijder alle dode bloemstengels en bladeren. Dit voorkomt dat schimmels en ziekten overwinteren in het dode plantenmateriaal en houdt de border netjes. Laat de stengels eventueel staan tot maart als je de structuur in de wintertuin waardeert of vogels de zaden laten eten. In maart, voor de nieuwe groei begint, is het tweede moment om op te ruimen. Als je de plant in november niet hebt teruggesnoeid, doe het dan nu. Verwijder alle oude, bruine stengels tot vlak boven de wortelkroon. Controleer tegelijk of er dode of beschadigde delen zijn en snijd deze weg. Dit voorjaarssnoeimoment geeft de plant een frisse start en maakt ruimte voor de nieuwe scheuten die vanuit de wortelstok komen. Tijdens het groeiseizoen hoef je niet te snoeien. Wel is het aan te raden om uitgebloeide bloemtrossen weg te knippen als je geen zaadvorming wilt; dit bespaart de plant energie. Knip dan de steel net onder de bloempluim af. Laat je de zaden staan, dan kunnen deze zichzelf uitzaaien, hoewel zilverkaars zich niet opdringerig vermenigvuldigt. Zieke of gele bladeren kun je het hele seizoen verwijderen om de plant gezond te houden. Draag bij het snoeien handschoenen, want alle delen van de zilverkaars zijn giftig en kunnen huidirritatie veroorzaken. Desinfecteer je snoeischaar na gebruik om verspreiding van ziekten te voorkomen.
Onderhoud
Zilverkaars vraagt gemiddeld water en houdt van een gelijkmatig vochtige grond, vooral tijdens de groei en bloei van mei tot september. Geef in droge perioden één tot twee keer per week flink water, liefst 's ochtends aan de voet van de plant. Vermijd besproeien van de bladeren om schimmelziekten te voorkomen. In het voorjaar en najaar volstaat regenwater meestal, maar controleer de grond regelmatig: deze mag niet uitdrogen maar ook niet langdurig drassig zijn. Bemest in maart of april met een laag compost of organische meststof rond de voet van de plant. Een handvol koemestkorrels of een schep goed verteerde compost per plant is voldoende. Werk dit licht in de bovenste grondlaag. Zilverkaars is geen zware voeder, dus overdaad schaadt: te veel stikstof geeft slap blad en minder bloemen. Een tweede bemesting is niet nodig als je jaarlijks mulcht met compost. Overwinteren is eenvoudig: zilverkaars is winterhard tot zone 3 en verdraagt vorst tot ver onder nul zonder bescherming. Laat de afgestorven stengels liggen als extra bescherming of ruim ze op in november. Extra afdekking is overbodig. Veelvoorkomende problemen zijn beperkt. Slakken en slakken kunnen jonge scheuten in het voorjaar aanvreten; strooi ijzerfosfaatkorrels of leg een barrière van scherp zand. Meeldauw kan optreden bij te droge grond of slechte luchtcirculatie; zorg voor voldoende plantafstand en houd de grond vochtig. Wortelrot ontstaat alleen bij langdurige wateroverlast; verbeter dan de drainage. Vernieuw de mulchlaag jaarlijks in het voorjaar met 5 centimeter compost of gehakseld blad. Dit voedt de grond, houdt vocht vast en onderdrukt onkruid, waardoor de zilverkaars jarenlang zorgeloos bloeit.
Meer over deze plant
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je zilverkaars
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je zilverkaars te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.