Boerenkool

Brassica oleracea var. sabellica

Engels: Kale

groenteBrassicaceaeEetbaar

Boerenkool (Brassica oleracea var. sabellica) is een eetbaar groente uit de familie Brassicaceae die tot 80 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt gemiddeld onderhoud. Trekt vlinders aan.

Hoogte

40–80 cm

Breedte

30–50 cm

Zonligging

volle zon, halfschaduw

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, kleigrond

Onderhoud

gemiddeld onderhoud

Ecologische waarde

🦋 Trekt vlinders aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
💧Bemesten
🍎Oogsten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw boerenkool aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Boerenkool zaai je vanaf mei tot en met juli, afhankelijk van wanneer je wilt oogsten. Voor een vroege winteroogst zaai je in mei, voor een late winteroogst tot in juli. Je kunt zaaien in een zaaibed of direct op de definitieve plek. Bij voorkeur zaai je in een zaaibed en plant je de jonge plantjes na 4 tot 6 weken uit wanneer ze 10 tot 15 centimeter hoog zijn. Dit geeft stevigere planten en je benut de ruimte in je moestuin efficiënter. Kies een standplaats in volle zon of halfschaduw. Boerenkool gedijt het beste op voedselrijke, goed doorlatende leem- of kleigrond met een pH tussen 6,5 en 7,5. Bereid de grond voor door ruim compost of goed verteerde mest door de bovenste laag te werken, ongeveer een emmer per vierkante meter. Boerenkool is een zware voeder en heeft veel voeding nodig voor stevige bladontwikkeling. Plant de jonge boerenkoolplanten op 40 centimeter afstand in rijen die 50 centimeter uit elkaar staan. Plant ze iets dieper dan ze in het zaaibed stonden, tot aan de onderste blaadjes. Dit bevordert een stevige wortelontwikkeling en zorgt voor stabielere planten. Druk de grond goed aan rondom de wortels zodat er geen luchtholtes blijven zitten. Water direct na het uitplanten flink aan, ook als de grond vochtig lijkt. Dit helpt de wortels goed contact te maken met de aarde. Dek de grond rondom de planten af met een laagje compost of goed verteerde mest. Dit houdt vocht vast en levert extra voeding. In de eerste week na het planten kun je de jonge plantjes beschermen tegen felle zon met schaduwdoek of takken, vooral bij warme julimaanden.

Snoeien

Boerenkool hoeft niet gesnoeid te worden in de traditionele zin. Er zijn geen snoeimaanden voor deze groente omdat je geen takken of scheuten weghaalt om de vorm te verbeteren. Wat je wel doet is oogsten, en dat werkt tegelijk als een vorm van onderhoud die de plant gezond en productief houdt. Vanaf oktober, wanneer de eerste nachtvorst geweest is, kun je beginnen met oogsten. Vorst verbetert namelijk de smaak van boerenkool doordat zetmeel wordt omgezet in suikers. Pluk altijd van onderaf, beginnend met de onderste bladeren. Neem per keer niet meer dan 4 tot 5 bladeren per plant, zodat het hart en de bovenste bladeren intact blijven. Het hart is het groeipunt en moet blijven zitten, anders stopt de plant met nieuwe bladeren maken. Gebruik je handen of een scherp mesje om de bladstelen dicht bij de stam af te breken of te snijden. Trek niet te hard, want dan beschadig je de stam of trek je de hele plant los. Door regelmatig de onderste bladeren te oogsten stimuleer je de plant om nieuwe bladeren te vormen bovenin. Zo kun je de hele winter door blijven oogsten tot in februari. Verwijder ook regelmatig gele of beschadigde bladeren, ook als je ze niet wilt eten. Deze bladeren kosten de plant energie en kunnen ziekten aantrekken zoals schimmelinfecties. Laat ze niet op de grond liggen maar gooi ze op de composthoop of in de gft-bak. Na de laatste oogst in februari of maart trek je de hele plant uit de grond, inclusief de wortel, om ruimte te maken voor nieuwe teelten.

Onderhoud

Boerenkool heeft gedurende het groeiseizoen gemiddeld veel water nodig. Geef in droge periodes tussen mei en september één tot twee keer per week flink water, ongeveer 10 tot 15 liter per vierkante meter. Let vooral op in juli en augustus wanneer de bladeren zich ontwikkelen. Te weinig water levert taaie, kleine bladeren op. Water bij voorkeur 's ochtends aan de voet van de plant, niet over de bladeren, om schimmelziekten te voorkomen. Bemest in juni en juli, de maanden waarin de plant het meeste voedsel nodig heeft. Strooi in juni een handvol organische groentemeststof (NPK 7-6-12 of vergelijkbaar) rond elke plant en werk dit licht in. Herhaal dit in juli. Je kunt ook elke drie weken gieten met verdunde brandnetelthee of een vloeibare organische meststof. Boerenkool heeft veel stikstof nodig voor bladgroei, maar ook kalium voor stevigheid en weerstand. Boerenkool is winterhard tot zone 6a en overleeft vorst tot ongeveer -15 °C zonder problemen. Extra winterbescherming is in Nederland en Vlaanderen niet nodig. De smaak wordt zelfs beter na vorst. Dek de grond wel af met een laag compost of stro in het najaar; dit beschermt de ondiepe wortels en houdt de grond vruchtbaar. Veelvoorkomende plagen zijn koolvlieg, koolrupsen en bladluizen. Dek jonge planten af met insectengaas om koolvlieg te weren. Controleer vanaf juni wekelijks op rupsen en eieren aan de onderkant van bladeren en verwijder deze met de hand. Bladluizen spuit je af met een harde straal water of zeepsop. Schimmelziekten zoals valse meeldauw komen voor bij vochtig weer; zorg voor goede luchtcirculatie door onkruid te verwijderen en niet te dicht te planten.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij boerenkool

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je boerenkool

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je boerenkool te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.