Druif (Vitis vinifera)
Foto: Fir0002 / Wikimedia Commons / GFDL 1.2bron

Druif

Vitis vinifera

Engels: Grape

fruitVitaceaeEetbaar

Druif (Vitis vinifera) is een eetbaar fruitplant uit de familie Vitaceae die tot 6 meter hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt regelmatig onderhoud. Bloeit in de late lente en vroege zomer met gele bloemen en trekt bijen en vogels aan.

Hoogte

200–600 cm

Breedte

150–400 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, kalkgrond, zandgrond

Onderhoud

veel onderhoud

Bloeitijd

late lente, vroege zomer

Bloemkleuren

gele

Ecologische waarde

Trekt bijen aan
Trekt vogels aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
✂️Snoeien
💧Bemesten
🍎Oogsten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw druif aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Druiven planten vraagt om een zorgvuldige voorbereiding, omdat deze klimplant jarenlang op dezelfde plek blijft staan. Kies een locatie in volle zon, bij voorkeur tegen een zuidmuur of zuidwestmuur waar de plant beschut staat en optimaal van warmte profiteert. Druiven gedijen op verschillende grondsoorten – leemgrond, kalkgrond en zandgrond – mits de bodem goed doorlatend is. Zware kleigrond verbeter je met compost en scherp zand om wateroverlast te voorkomen. Plant druiven bij voorkeur in maart-april of oktober-november, wanneer de grond niet bevroren is. Graaf een ruim plantgat van minimaal 50 bij 50 cm en werk de bodem 40 cm diep los. Meng de uitgegraven grond met compost en eventueel wat kalk op zure grond. Plaats de plant zo diep dat de wortelhals net op of iets onder het maaiveld komt. Houd een plantafstand van 150 cm aan tussen meerdere druivenstokken, zodat elke plant voldoende ruimte krijgt om uit te groeien. Direct na het planten is een stevig geleidingssysteem essentieel. Span horizontale draden op 40, 80, 120 en 160 cm hoogte tegen een muur of aan palen. Bind de hoofdstam voorzichtig vast aan het systeem. Geef na het planten grondig water – minimaal 10 liter per plant – om de wortels goed contact met de grond te laten maken. Breng een laag compost of stalmest aan rond de voet, maar houd deze enkele centimeters van de stam af. Mulch met stro of houtsnippers helpt vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken. In het eerste jaar is regelmatig water geven cruciaal voor een goede aanslag.

Snoeien

Druiven snoeien is essentieel voor een goede oogst en vraagt om een vast ritme. De hoofdsnoei voer je uit in januari-februari, wanneer de plant in diepe winterrust is en er geen sapstroom plaatsvindt. Snoei te laat en de wonden 'bloeden' hevig, wat de plant verzwakt. Gebruik een scherpe snoeischaar en eventueel een snoei­zaag voor dikkere takken. Bij de wintersnoei richt je je op het opbouwen van een sterk geraamte en het beperken van de vruchtdracht. Druiven dragen namelijk alleen op eenjarig hout dat op tweejarige takken groeit. Snoeimethoden variëren, maar de populaire guyot-methode werkt goed in Nederland: laat één of twee lange vruchtroeden van 8-12 knoppen over en snoeien deze horizontaal langs de onderste draad. Alle andere zijtakken snoeien je terug tot 1-2 knoppen (spoortjes). Verwijder ook dood, ziek en te dicht op elkaar groeiend hout. In juni-juli voer je een zomersnoei uit. Dit is geen echte snoei maar eerder inkorten: knip jonge scheuten terug tot 5-6 bladeren voorbij de laatste druiventros. Dit bevordert de luchtstroom, voorkomt schimmelziekten en stuurt energie naar de vruchten in plaats van bladgroei. Verwijder ook overtollige trossen – houd maximaal één tros per scheut over voor grotere, rijpere druiven. Jonge planten bouw je de eerste twee jaar op door één sterke hoofdstam te selecteren en zijtakken weg te snoeien. Pas vanaf het derde jaar laat je vruchtdragen toe. Consequent snoeien jaar na jaar is bij druiven geen luxe maar noodzaak.

Onderhoud

Druiven vragen intensief onderhoud door het seizoen heen. Watergeven doe je vooral in het groeiseizoen van april tot augustus. Geef wekelijks 10-15 liter water per plant bij droogte, maar vermijd natte voeten – druiven houden niet van langdurig vochtige grond. Verminder water vanaf half augustus, zodat de druiven zoeter worden en beter rijpen. In de winter is extra water zelden nodig. Bemesten gebeurt in maart met organische mest zoals compost of gedroogde koemest. Werk 2-3 kilo per plant oppervlakkig door de bovengrond. Druiven hebben matig voedsel nodig; te veel stikstof geeft weelderige bladgroei ten koste van vruchten. Een extra gift kaliumrijke meststof in juni bevordert de vruchtkwaliteit. Breng jaarlijks een verse laag mulch aan om vocht vast te houden en onkruid te weren. Overwinteren vergt in Nederland aandacht. Druiven zijn winterhard in zone 6a-9b, maar jonge planten en gevoelige rassen bescherm je de eerste winters met vlies of een dikke laag stro rond de voet. Plant tegen een muur voor extra bescherming tegen vorst. Veelvoorkomende problemen zijn echte meeldauw (wit poederachtig beslag op bladeren) en valse meeldauw (gele vlekken, bruine onderkant). Voorkom dit door goede luchtcirculatie via zomersnoei en vermijd nat blad. Spuit bij aantasting met zwavel- of koperhoudende middelen. Druivenbladluis en wespen kunnen ook overlast geven; wespen vang je in vallen vanaf augustus. Controleer regelmatig op ziekten en grijp snel in. Verwijder aangetast blad direct om verspreiding te beperken. Met consequent onderhoud geniet je jarenlang van eigen druiven.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij druif

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je druif

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je druif te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.