Duifkruid (Scabiosa columbaria)
Foto: Kurt Stüber [1] / Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0bron

Duifkruid

Scabiosa columbaria

Engels: Small Scabious

vaste plantCaprifoliaceae🇳🇱 Inheems

Duifkruid (Scabiosa columbaria) is een inheems in Nederland vaste plant uit de familie Caprifoliaceae die tot 60 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de zomer en herfst met paarse, blauwe bloemen en trekt bijen en vlinders aan.

Hoogte

20–60 cm

Breedte

20–40 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

weinig water

Grondsoort

leemgrond, kalkgrond, zandgrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Bloeitijd

zomer, herfst

Bloemkleuren

paarse, blauwe

Ecologische waarde

Trekt bijen aan
🦋 Trekt vlinders aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
✂️Snoeien
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw duifkruid aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Duifkruid (Scabiosa columbaria) plant je het beste in maart-april of september-oktober, wanneer de grond voldoende vochtig is maar niet te koud. Deze inheemse vaste plant vraagt een standplaats in volle zon; in de schaduw bloeit duifkruid nauwelijks en blijft de plant slap. De soort gedijt uitstekend op doorlatende, kalkhoudende bodems zoals leemgrond, kalkgrond of zandgrond. Zware kleigrond is minder geschikt tenzij je deze verbetert met grof zand of grind om de drainage te verbeteren. Bereid de grond voor door onkruid te verwijderen en de bodem licht door te spitten. Werk bij voorkeur wat compost door arme zandgrond, maar overdrijf niet: duifkruid houdt van matig voedselarme tot matig voedselrijke grond en kan bij te veel voeding te weelderig worden. Graaf een plantgat dat ongeveer anderhalf keer zo breed en diep is als de kluit. Plaats de plant zo diep dat de bovenkant van de kluit gelijk ligt met het maaiveld. Houd een plantafstand van circa 30 cm aan; voor een gesloten groep kun je vijf tot zeven planten per vierkante meter rekenen. Druk de grond stevig aan en geef direct na het planten een flinke hoeveelheid water, ook al heeft duifkruid een laag waterbehoefte. Dit helpt de wortels goed contact te maken met de grond. In de eerste weken na het planten houd je de grond licht vochtig totdat de plant is aangeslagen. Mulchen is niet noodzakelijk; duifkruid verdraagt droogte goed en een open bodemoppervlak past beter bij de natuurlijke groeiplaats. Steun is niet nodig; de bloeistengels zijn stevig genoeg om zelfstandig overeind te blijven bij een zonnige standplaats.

Snoeien

Duifkruid vraagt weinig snoeiwerk, maar een gerichte aanpak verlengt de bloei en houdt de plant vitaal. De belangrijkste snoeiwerkzaamheden vinden plaats in oktober en november, na het einde van de bloeiperiode. Gebruik een schone, scherpe snoeischaar of tuinschaar om ziekteverspreiding te voorkomen. Gedurende het groeiseizoen – van zomer tot in de herfst – is het uitknippen van uitgebloeide bloemen de belangrijkste onderhoudstaak. Door regelmatig de verwelkte bloemhoofdjes weg te knippen, stimuleer je de plant om nieuwe knoppen aan te maken. Knip de steel af tot net boven een bladpaar of zijtakje. Dit uitbloeien kan de bloeiperiode met weken verlengen. Als je in augustus stopt met uitbloeien, laat je zaad rijpen voor natuurlijke verjonging en als voedsel voor vogels zoals distelvink en putter. In oktober-november, wanneer de plant volledig is uitgebloeid en het blad begint te verkleuren, knip je alle bloeistengels terug tot vlak boven het bladrozet. De bladrozetten blijven groen overwinteren en mogen blijven staan; deze beschermen het hart van de plant. Verwijder wel dood of ziek blad. Snoeien in het voorjaar is af te raden, omdat je dan het overwinteren bladrozet beschadigt en de vroege voorjaarsgroei verstoort. Oude, verhoute planten die na enkele jaren minder vitaal worden, kun je in het vroege voorjaar (maart) licht terugsnoeien tot op het rozet om hernieuwde groei te stimuleren. Radicaal terugsnoeien is niet nodig; duifkruid verjongt zichzelf vaak door zelfzaai of door het bladrozet uit te breiden.

Onderhoud

Duifkruid is een onderhoudsvriendelijke vaste plant met een laag waterbehoefte. Eenmaal goed geworteld heeft de plant weinig extra water nodig. Alleen tijdens langdurige droogteperioden in de zomer geef je eens per twee weken een flinke hoeveelheid water; liever één keer grondig dan vaak een beetje. In het voorjaar en de herfst is regenwater doorgaans voldoende. Vermijd te natte voeten; duifkruid verdraagt droogte beter dan langdurige natigheid. Bemesten is niet nodig en zelfs af te raden. Duifkruid groeit van nature op schrale, kalkhoudende bodems en kan bij te veel voeding te weelderig worden, wat ten koste gaat van de bloei en de winterhardheid. Op zeer arme zandgrond mag je in het vroege voorjaar een dunne laag compost rond de plant aanbrengen, maar dit is geen vereiste. Kunstmest is overbodig. Overwinteren vergt geen bijzondere maatregelen. Duifkruid is winterhard tot zone 4a en doorstaat Nederlandse winters probleemloos. Het groene bladrozet blijft zichtbaar en beschermt de plant. Bedek de plant niet met bladeren of stro; dit verhoogt het risico op rotting. Ziekten en plagen komen weinig voor. Duifkruid is een robuuste inheemse soort die zelden last heeft van schimmels of insecten. In zeer vochtige zomers kan er incidenteel meeldauw optreden op de bladeren; verbeter dan de drainage en zorg voor voldoende luchtcirculatie door planten niet te dicht op elkaar te zetten. Slakken en bladluizen laten duifkruid doorgaans met rust. Mulchen is niet aan te raden. Een open bodemoppervlak past beter bij de natuurlijke groeiomstandigheden en voorkomt vochtophoping rond de wortelkroon.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij duifkruid

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je duifkruid

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je duifkruid te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.