Framboos (Rubus idaeus)
Foto: Agnieszka Kwiecień, Nova / Wikimedia Commons / GFDL 1.2bron

Framboos

Rubus idaeus

Engels: Raspberry

fruitRosaceae🇳🇱 InheemsEetbaar

Framboos (Rubus idaeus) is een inheems in Nederland, eetbaar fruitplant uit de familie Rosaceae die tot 200 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de late lente en vroege zomer met witte bloemen en trekt bijen en vogels aan.

Hoogte

100–200 cm

Breedte

60–150 cm

Zonligging

volle zon, halfschaduw

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, zandgrond

Onderhoud

gemiddeld onderhoud

Bloeitijd

late lente, vroege zomer

Bloemkleuren

witte

Ecologische waarde

Trekt bijen aan
Trekt vogels aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
✂️Snoeien
💧Bemesten
🍎Oogsten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw framboos aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Frambozen plant je het beste in oktober-november of in maart, wanneer de grond niet bevroren is en de plant in rust verkeert. Kies een standplaats in volle zon of halfschaduw; in volle zon krijg je de zoetste vruchten, maar ook in lichte schaduw presteren frambozen goed. De plant heeft een doorlatende, humusrijke grond nodig. Zowel leemgrond als zandgrond is geschikt, mits je de grond goed voorbereidt. Werk voor het planten ruim compost of goed verteerde stalmest door de bodem om de structuur en het voedingsniveau te verbeteren. Frambozen houden niet van natte voeten, dus zorg dat er geen water blijft staan. Graaf een plantgat van ongeveer 40 cm breed en 30 cm diep. Plaats de wortelstok zo'n 5 cm onder het maaiveld en vul het gat aan met de verbeterde grond. Houd een plantafstand van 50 cm aan tussen de planten; dit geeft voldoende ruimte voor luchtcirculatie en voorkomt schimmelziekten. Direct na het planten knip je de stengels terug tot ongeveer 25 cm boven de grond. Dit lijkt drastisch, maar stimuleert de plant om krachtige nieuwe scheuten te vormen. Geef na het planten flink water en breng een laag van 5-7 cm mulch aan rond de voet, bijvoorbeeld gehakseld hout, stro of bladcompost. Dit houdt de grond vochtig, onderdrukt onkruid en voegt organisch materiaal toe. Frambozen zijn woekeraars en vormen via ondergrondse uitlopers nieuwe scheuten; houd hier rekening mee bij de plaatskeuze. Zorg voor een stevig draden- of paalensysteem waaraan je de stengels kunt vastbinden, want frambozen worden 100-200 cm hoog en hebben ondersteuning nodig om niet om te waaien of af te breken onder het gewicht van de vruchten.

Snoeien

Frambozen snoeien vraagt om inzicht in het verschil tussen zomerframbozen en herfstframbozen, want de snoeitechniek verschilt. Zomerframbozen dragen fruit op tweejarige stengels: het eerste jaar groeit de stengel, het tweede jaar bloeit en vruchtdraagt hij, daarna sterft hij af. Bij zomerframbozen snoei je in augustus, direct na de oogst. Verwijder alle afgedragen, tweejarige stengels volledig tot op de grond. Deze herken je aan de bruine kleur en de zijscheuten waar de vruchten aan hebben gezeten. Laat de groene, nieuwe eenjarige stengels staan; die dragen volgend jaar. Houd per strekkende meter ongeveer 8-10 van de krachtigste nieuwe stengels over en verwijder dunne of beschadigde exemplaren. Herfstframbozen dragen op eenjarige stengels en zijn eenvoudiger te snoeien. In februari-maart snij je alle stengels volledig terug tot net boven de grond. Dit lijkt rigoureus, maar de plant maakt in het voorjaar weer nieuwe scheuten die datzelfde jaar in augustus-september vruchten geven. Deze methode voorkomt ziektedruk en houdt de struik compact. Gebruik een scherpe snoeischaar of een snoei­zaag voor dikkere stengels. Desinfecteer je gereedschap tussen planten om verspreiding van ziekten te voorkomen. Verwijder het snoeiafval uit de tuin, want daarin kunnen schimmels en plagen overwinteren. Naast de hoofdsnoei is het verstandig om in het groeiseizoen zwakke of beschadigde scheuten weg te knippen en overtollige wortelopslag te verwijderen. Bind de overgebleven stengels vast aan het draadframe om windschade te voorkomen en de oogst te vergemakkelijken.

Onderhoud

Frambozen hebben een gematigd waterbehoefte, maar vragen wel regelmatig vocht, vooral tijdens bloei en vruchtzetting in juni-augustus. Geef in droge perioden 1-2 keer per week flink water, liefst aan de voet van de plant om bladnattigheid en schimmelziekten te voorkomen. De grond mag niet uitdrogen, maar ook niet doorweekt raken. Een mulchlaag helpt het vocht vast te houden. Bemest frambozen in maart met een organische meststof zoals compost, goed verteerde stalmest of een speciale fruitboomkorrels. Strooi ongeveer 2-3 liter compost per plant rond de voet en werk dit licht in. Frambozen zijn matige vreters; te veel stikstof geeft weelderige bladgroei ten koste van de vruchten. Een tweede lichte bemesting na de oogst kan, maar is niet noodzakelijk. Frambozen zijn winterhard tot zone 3a en hebben geen bescherming nodig in Nederland en Vlaanderen. Wel is het verstandig om in het najaar de mulchlaag aan te vullen om de ondiepe wortels te beschermen tegen vorst. Veelvoorkomende plagen zijn de frambozenkever, waarvan de larven in de vruchten zitten, en de frambozengalmug die gallen veroorzaakt op de stengels. Verwijder aangetaste stengels direct. Schimmelziekten zoals schimmelwortelrot (phytophthora) en stengelverwelking komen voor bij slechte drainage of te dichte beplanting. Voorkom dit door goede luchtcirculatie, niet te veel water en het verwijderen van ziek materiaal. Spint en bladluizen kunnen optreden in warme, droge zomers; spuit ze af met water of gebruik biologische bestrijding. Vernieuw je frambozenveld om de 8-10 jaar voor optimale opbrengst en gezondheid.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij framboos

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je framboos

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je framboos te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.