Gladiool (Gladiolus x gandavensis)
Foto: William Pembroke op de Engelstalige Wikipedia / Wikimedia Commons / Public domainbron

Gladiool

Gladiolus x gandavensis

Engels: Gladiolus

bolgewasIridaceae

Gladiool (Gladiolus x gandavensis) is een bolgewas uit de familie Iridaceae die tot 120 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de zomer en late zomer met rode, roze, witte, gele, paarse, oranje bloemen en trekt bijen en vlinders aan.

Hoogte

60–120 cm

Breedte

10–15 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, zandgrond

Onderhoud

gemiddeld onderhoud

Bloeitijd

zomer, late zomer

Bloemkleuren

rode, roze, witte, gele, paarse, oranje

Ecologische waarde

Trekt bijen aan
🦋 Trekt vlinders aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
💧Bemesten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw gladiool aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Gladiolen plant je als bolgewas in de volle zon op een plek die goed beschut is tegen wind, want de hoge bloemstengels (60–120 cm) kunnen gemakkelijk omwaaien. Kies een standplaats met doorlatende grond; zowel leemgrond als zandgrond is geschikt, mits het water goed wegzakt. Zware kleigrond verbeter je vooraf met scherp zand of compost om de drainage te verbeteren. Gladiolen zijn gevoelig voor wateroverlast en knollen rotten snel weg in natte grond. Plant de knollen in september, oktober of november op een diepte van ongeveer 10–12 cm (gemeten vanaf de bovenkant van de knol). De puntige kant wijst naar boven. Houd een plantafstand aan van 15 cm tussen de knollen, zodat elke plant voldoende ruimte heeft om te groeien en de luchtcirculatie goed blijft. Je kunt gladiolen ook in groepjes planten voor een vol effect, maar zorg dat ze niet te dicht op elkaar staan. Werk voor het planten wat compost door de bodem en zorg dat de grond goed losgewoeld is tot minstens 20 cm diepte. Direct na het planten licht aangieten, maar wees voorzichtig met te veel water in de herfst- en wintermaanden. In het voorjaar, als de eerste scheuten verschijnen, kun je de grond rond de planten mulchen met een dunne laag compost om onkruid tegen te gaan en vocht vast te houden. Omdat gladiolen lang en slank groeien, is het verstandig om bij het planten al rekening te houden met steun. Plaats bamboesstokken of speciale bloemenringen zodra de stengels 30–40 cm hoog zijn, zodat ze bij wind en regen overeind blijven. Dit voorkomt dat de zware bloemtrossen afknakken.

Snoeien

Gladiolen hoef je niet te snoeien in de traditionele zin, omdat het bolgewassen zijn met een eenmalige bloei per seizoen. Er zijn echter wel specifieke handelingen nodig om de plant gezond te houden en de knollen te laten herstellen voor volgend jaar. Verwijder uitgebloeide bloemen direct door de bloemstengel net boven de bladeren af te knippen. Dit voorkomt dat de plant energie steekt in zaadvorming. Laat wel altijd het blad staan na de bloei, ook al ziet het er minder fraai uit. De bladeren hebben namelijk zes tot acht weken nodig om via fotosynthese voedingsstoffen op te slaan in de knol. Knip of trek het blad pas weg als het volledig geel en verdord is, meestal eind september of begin oktober. In Nederland en Vlaanderen zijn gladiolen niet volledig winterhard (zone 7a–10b), vooral niet in strengere winters. Daarom is het aan te raden om de knollen na het verwelken van het blad op te graven. Graaf voorzichtig met een riek of graafvork rond de knollen, til ze uit de grond en schud overtollige aarde eraf. Knip de stengel tot circa 2 cm boven de knol af. Laat de knollen een paar dagen drogen op een luchtige, droge plek uit direct zonlicht. Controleer de knollen op ziekten of beschadigingen en gooi aangetaste exemplaren weg. Bewaar gezonde knollen in een koele, vorstvrije ruimte (5–10 °C) in een kist met droog zand, zaagsel of krantenpapier tot het volgende plantseizoen in het najaar. Deze methode zorgt ervoor dat je jaar na jaar kunt genieten van je gladiolen zonder nieuwe knollen te hoeven kopen.

Onderhoud

Gladiolen vragen gemiddeld water en verdragen geen langdurige droogte, maar ook geen natte voeten. Geef in droge perioden tijdens de groei- en bloeiperiode (mei tot augustus) één tot twee keer per week flink water, liefst 's ochtends aan de voet van de plant. Vermijd water op de bladeren om schimmelziekten te voorkomen. In het najaar en de winter, na het planten van de knollen, is extra water meestal niet nodig; de natuurlijke neerslag volstaat. Bemest gladiolen in maart, vlak voordat de eerste scheuten verschijnen, met een organische meststof zoals compost of een korrelvormige bloeiplantenmeststof. Werk dit licht door de bovenste laag grond. Tijdens de bloei kun je eventueel nog een keer bijvoeden met vloeibare meststof, maar overdrijf niet: te veel stikstof geeft slap blad en verhoogt de kans op omvallen. Gladiolen zijn gevoelig voor trips, kleine insecten die zilverachtige vlekken en strepen op bladeren en bloemen veroorzaken. Controleer regelmatig en bestrijdt trips zo nodig met een biologisch middel op basis van natuurlijke vijanden of zeep. Ook knolrot (Fusarium) komt voor, vooral in te natte grond. Voorkom dit door goed te draineren en aangetaste knollen direct te verwijderen. Mulch in het voorjaar rond de planten met een laag van 3–5 cm compost of gehakseld hout. Dit houdt vocht vast, onderdrukt onkruid en beschermt de ondiepe wortels. Omdat gladiolen niet winterhard zijn, graaf je de knollen in het najaar op en bewaar je ze droog en vorstvrij tot het volgende seizoen, zoals eerder beschreven.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij gladiool

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je gladiool

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je gladiool te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.