
Hondsroos
Rosa canina
Engels: Dog Rose
Hondsroos (Rosa canina) is een inheems in Nederland, eetbaar struik uit de familie Rosaceae die tot 300 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de zomer met roze, witte bloemen en trekt bijen en vlinders en vogels aan.
100–300 cm
100–300 cm
volle zon, halfschaduw
weinig water
leemgrond, kleigrond, kalkgrond, zandgrond
weinig onderhoud
zomer
roze, witte
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| ✂️Snoeien | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
De hondsroos plant je het beste tussen oktober en maart, zolang de grond vorstvrij is. De maanden oktober, november, december, februari en maart zijn ideaal voor het planten van blote-wortelplanten of containerplanten. Kies een standplaats in volle zon of halfschaduw; de struik bloeit het rijkst op een zonnige plek, maar verdraagt ook lichte schaduw zonder problemen. De hondsroos is bijzonder tolerant wat betreft grondsoort en groeit uitstekend op leemgrond, kleigrond, kalkgrond én zandgrond. Bereid de grond voor door onkruid te verwijderen en de plantplaats goed los te spitten tot ongeveer 40 cm diep. Meng bij arme zandgrond wat compost door de uitgegraven aarde om de structuur te verbeteren, hoewel de hondsroos ook op schrale grond prima gedijt. Graaf een ruim plantgat van ongeveer 50 bij 50 cm en zorg dat het diep genoeg is om de wortels goed te spreiden. Plant de struik op dezelfde diepte als hij in de pot of kwekerij stond; de wortelkraag moet net op of vlak onder het maaiveld zitten. Houd een plantafstand van minimaal 100 cm aan, want de hondsroos kan uitgroeien tot 100–300 cm breed en hoog. Voor een haag kun je op 80–100 cm planten. Vul het plantgat met de uitgegraven aarde, druk stevig aan en geef direct na het planten flink water, ook al is de grond vochtig. Dit helpt luchtzakken te verwijderen en bevordert wortelcontact. Mulch de voet met een laagje compost of bladmould om vochtverlies te beperken en onkruid tegen te gaan. Steun is niet nodig; de hondsroos is een stevige, zelfstandige struik.
Snoeien
De hondsroos snoei je in februari of maart, vóór het nieuwe groeiseizoen begint en voordat de knoppen uitlopen. Snoei niet in de winter bij strenge vorst, want dan kunnen snijwonden slecht genezen. Gebruik een scherpe, schone snoeischaar of een snoeizaag voor dikkere takken om schade en infecties te voorkomen. De hondsroos is een wilde roos die van nature een open, bossige vorm aanneemt. Snoei daarom niet te rigoureus, maar beperk je tot onderhoudssnoei. Verwijder allereerst alle dode, zieke of beschadigde takken tot op gezond hout. Knip ook takken die naar binnen groeien of elkaar kruisen weg, zodat de struik luchtig blijft en licht en lucht goed kunnen circuleren. Dit voorkomt schimmelziekten. Verwijder jaarlijks één of twee van de oudste, dikste takken dicht bij de grond om ruimte te maken voor jonge, vitale scheuten. Oude takken herken je aan de donkere, ruwe schors. Jonge takken bloeien rijker en produceren meer bottels (de eetbare vruchten). Inkorten van te lange takken mag, maar hou minstens tweederde van de lengte over. Te kort snoeien stimuleert wildgroei en vermindert de bloei. Als je de hondsroos als haag gebruikt, mag je na de bloei in de zomer licht vormsnoeien, maar wacht dan wel tot na de bloeitijd in de zomer. Let op: te veel zomersnoei kost je de sierlijke rode bottels die in de herfst verschijnen en belangrijk zijn voor vogels. Laat daarom liever de natuurlijke vorm intact en beperk snoei tot het strikte minimum in februari-maart.
Onderhoud
De hondsroos heeft een laag waterbehoefte en is zeer droogtetolerant zodra hij is aangeslagen. Geef in het eerste groeiseizoen na het planten wekelijks water bij droogte, zodat de wortels goed kunnen ontwikkelen. Daarna is bijgieten alleen nodig tijdens langdurige droogteperiodes in de zomer. Eenmaal gevestigde struiken redden zich uitstekend zelf, ook op droge zandgrond. Bemest de hondsroos in maart met een schep compost of een handvol organische meststof (bijvoorbeeld rozenkorrels) rond de voet van de plant. Werk dit licht in en geef wat water. Eén bemestbeurt per jaar is voldoende; te veel stikstof geeft veel blad maar weinig bloemen. Op voedselarme grond mag je in juni een lichte tweede gift geven, maar dit is geen must voor deze robuuste inheemse soort. Overwinteren is geen punt: de hondsroos is winterhard tot zone 3a en verdraagt vorst tot ver onder de -30 °C zonder bescherming. Laat de bottels in de herfst en winter aan de struik zitten; ze zijn decoratief en een waardevolle voedselbron voor vogels. Veelvoorkomende plagen zijn bladluizen in het voorjaar op jonge scheuten. Spuit ze af met water of laat ze zitten; lieveheersbeestjes ruimen ze vaak vanzelf op. Meeldauw kan voorkomen bij vochtig weer en slechte luchtcirculatie; voorkom dit door niet te dicht te planten en door aangetaste bladeren te verwijderen. Roest (oranje vlekjes op bladeren) treedt soms op, maar tast de vitaliteit zelden aan. Mulch jaarlijks in het voorjaar met een dun laagje compost om de bodem gezond te houden en onkruid te onderdrukken.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij hondsroos
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je hondsroos
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je hondsroos te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.