
Komkommer
Cucumis sativus
Engels: Cucumber
Komkommer (Cucumis sativus) is een eetbaar groente uit de familie Cucurbitaceae die tot 200 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de zomer met gele bloemen en trekt bijen aan.
30–200 cm
40–80 cm
volle zon
veel water
leemgrond
gemiddeld onderhoud
zomer
gele
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| 💧Bemesten | ||||||||||||
| 🍎Oogsten |
Verzorgingstips
Planten
Komkommers zijn warmteminnende planten die je in Nederland en Vlaanderen het beste in april of mei plant, wanneer het risico op nachtvorst definitief voorbij is. Wacht tot de bodemtemperatuur minimaal 15 °C bedraagt, want komkommers kiemen en groeien slecht in koude grond. Kies een beschutte plek in volle zon, want deze groente heeft minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig voor een goede oogst. Komkommers gedijen uitstekend in een kas of tunnel, waar de temperatuur stabieler is en de vruchten mooier blijven. Bereid de grond voor door ruim compost of goed verteerde stalmest door de leemgrond te werken. Komkommers zijn zware verzelaars en hebben voedselrijke, goed doorlatende grond nodig. De pH moet tussen 6,0 en 7,0 liggen. Maak plantgaten van ongeveer 10 cm diep en houd een plantafstand van 50 cm aan tussen de planten. Rijen mogen 80 tot 100 cm uit elkaar staan. Plant de jonge komkommerplanten tot aan de onderste blaadjes in de grond, zodat extra wortels kunnen vormen langs de stengel. Direct na het planten geef je royaal water. Komkommers hebben een hoge waterbehoefte en mogen nooit uitdrogen. Breng een laag organische mulch (stro, gemaaid gras) aan rond de planten om vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken. Zorg voor steun: bind de hoofdstengel voorzichtig vast aan een verticaal touw, klimrek of bamboestok. Kaskomkommers train je altijd verticaal; vrije grondteelt is mogelijk voor augurken, maar ook dan helpt steun om schone vruchten te oogsten en ziekten te voorkomen.
Snoeien
Komkommers hoeven in strikte zin niet gesnoeid te worden, maar het wegnemen van overtollige scheuten en bladeren verbetert de oogst en gezondheid van de plant aanzienlijk. Bij kaskomkommers is snoei zelfs essentieel. Vanaf eind mei, wanneer de plant actief groeit, begin je met het uitdunnen van zijscheuten. Verwijder alle zijscheuten in de onderste 50 cm van de hoofdstengel volledig. Dit voorkomt dat energie naar onnodige groei gaat en verbetert de luchtstroom onderaan, wat schimmelziekten tegengaat. Laat daarboven enkele zijscheuten staan, maar knip deze af na het tweede blad (na twee bladeren en eventuele bloemen). De hoofdstengel laat je doorgroeien tot het gewenste eindpunt (vaak 180–200 cm in een kas), waarna je de top afknipt. Bij vrije grondteelt of augurken is minder snoei nodig, maar ook daar helpt het om beschadigde, zieke of vergeelde bladeren regelmatig weg te halen. Gebruik altijd schone, scherpe snoeischaren om infecties te voorkomen. Controleer wekelijks op overtollige mannelijke bloemen bij oude rassen (herkenbaar aan het ontbreken van een klein komkommertje achter de bloem). Te veel mannelijke bloemen kunnen bittere vruchten veroorzaken. Moderne F1-hybriden produceren vooral vrouwelijke bloemen en geven dit probleem minder. Verwijder ook meteen misvormde of zieke vruchten. Door regelmatig te oogsten stimuleer je de plant om nieuwe vruchten aan te maken. Snoei nooit bij vochtig weer of natte bladeren, want dat vergroot de kans op schimmelinfecties als valse meeldauw.
Onderhoud
Komkommers hebben het hele groeiseizoen door een hoge waterbehoefte. Geef van mei tot september dagelijks water, vooral bij warm weer. De grond moet constant licht vochtig blijven, maar nooit drijfnat. Geef bij voorkeur 's ochtends water aan de voet van de plant, niet over het blad, om schimmelziekten te voorkomen. In een kas of tunnel is druppelirrigatie ideaal. Een komkommerplant verbruikt gemakkelijk 2 tot 3 liter water per dag in de zomer. Bemest vanaf mei elke twee weken met een kaliumrijke vloeibare groentemeststof of tomatenmest. Komkommers zijn zware verzelaars en hebben veel voeding nodig voor de vorming van vruchten. Stop met bemesten eind juli, zodat de plant haar energie op de rijpende vruchten richt. Een tekort aan voeding zie je terug in lichtgekleurde bladeren en misvormde vruchten. Komkommers zijn niet winterhard (zone 9a–11b) en overleven geen vorst. In Nederland en Vlaanderen worden ze daarom eenjarig geteeld. Trek de planten na de laatste oogst in september of oktober uit en composteren ze, tenzij er ziekten zijn – dan bij het groenafval. Veelvoorkomende plagen zijn spint, wittevlieg en bladluis, vooral in kassen. Verhoog de luchtvochtigheid en zet ramen open voor natuurlijke ventilatie. Valse meeldauw (bruine vlekken op bladeren) en echte meeldauw (wit poeder) komen vaak voor bij vochtig weer. Verwijder aangetaste bladeren direct en voorkom nattigheid op het blad. Bitterheid in vruchten ontstaat door stress (droogte, hitte, te weinig water). Mulch met stro houdt vocht vast en houdt vruchten schoon.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij komkommer
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je komkommer
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je komkommer te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.