
Korenbloem
Centaurea cyanus
Engels: Cornflower
Korenbloem (Centaurea cyanus) is een inheems in Nederland, eetbaar vaste plant uit de familie Asteraceae die tot 80 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de vroege zomer en zomer met blauwe bloemen en trekt bijen en vlinders en vogels aan.
40–80 cm
20–30 cm
volle zon
weinig water
leemgrond, zandgrond, kalkgrond
weinig onderhoud
vroege zomer, zomer
blauwe
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| ✂️Snoeien | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
De korenbloem (Centaurea cyanus) is een inheemse eenjarige of tweejarige plant die je het beste direct ter plekke zaait, omdat de plant een penwortel heeft en slecht tegen verpotten kan. Kies een standplaats in volle zon; korenbloemen hebben minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig voor optimale bloei. De plant gedijt uitstekend op leemgrond, zandgrond en kalkgrond, en stelt weinig eisen aan de voedselrijkdom. Juist op schralere, goed doorlatende grond bloeit de korenbloem het rijkst. Zaai de korenbloem in het voorjaar van maart tot en met mei, of in het najaar in september-oktober voor vroege bloei het volgende jaar. Bereid de grond voor door onkruid te verwijderen en de bovenlaag licht los te harken. Zaai de zaden oppervlakkig of dek ze met maximaal 0,5 cm grond; korenbloemen zijn lichtkiemers en hebben licht nodig om te ontkiemen. Strooi de zaden niet te dicht, want de plantjes hebben ruimte nodig. Een plantafstand van ongeveer 23 cm is ideaal, dus dun de zaailingen uit zodra ze groot genoeg zijn om te hanteren. Na het zaaien druk je de grond licht aan en besproei je voorzichtig met een fijne sproeier, zodat de zaden niet wegspoelen. Houd de grond de eerste twee weken licht vochtig tot de kiemen verschijnen, wat meestal binnen 7 tot 14 dagen gebeurt. Eenmaal opgekomen hebben de zaailingen weinig water nodig. Mulchen is niet nodig; korenbloemen houden juist van een open, luchtige bodem. Bij najaarsplanting overwinteren de jonge plantjes probleemloos in de volle grond en bloeien ze al in mei-juni.
Snoeien
Korenbloemen zijn eenjarige of tweejarige planten die na de bloei afsterven, dus traditioneel snoeien zoals bij vaste planten is niet aan de orde. Toch vraagt de plant wel om regelmatig onderhoud tijdens het groeiseizoen om de bloei te verlengen en zelfzaai te sturen. Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg (dood-bloemen) vanaf juni tot en met augustus. Dit stimuleert de plant om nieuwe bloemknoppen aan te maken en verlengt de bloeiperiode met enkele weken. Gebruik een schone snoeischaar of knip de steel met je vingers af, net boven een bladoksel. Wil je dat de korenbloem zichzelf uitzaait voor volgend jaar, laat dan vanaf half augustus een deel van de bloemen staan zodat ze zaad kunnen vormen. De droge bloemhoofdjes laten de zaden in de herfst vallen, waarna ze vanzelf ontkiemen in het voorjaar of najaar. Let op: te veel zelfzaai kan leiden tot een wildgroei, dus controleer hoeveel bloemen je laat staan. In november, na de eerste nachtvorst, zijn de planten volledig afgestorven. Dit is het moment om de dode stengels en bladeren te verwijderen. Trek de planten inclusief wortel uit de grond of snijd ze af bij de basis. Composteren kan, tenzij er ziekten of plagen zichtbaar waren. In maart kun je eventuele overgebleven plantenresten opruimen en de grond licht bewerken voor nieuwe zaai. Bij tweejarige exemplaren die de winter overleefd hebben, verwijder je in maart dood blad en beschadigde stengels om ruimte te maken voor nieuwe groei.
Onderhoud
Korenbloemen zijn uiterst onderhoudsvriendelijk en vragen weinig verzorging. De plant heeft een laag waterbehoefte en is goed droogtebestendig dankzij de diepe penwortel. Water alleen bij extreme droogte in de zomer, bijvoorbeeld als de plant slap gaat hangen. Geef dan eens per week een flinke hoeveelheid water (liever één keer goed dan vaak een beetje), zodat het water diep in de grond doordringt. Te veel water leidt tot zwakke, slappe stengels en verhoogde kans op schimmelziekten. Bemesten is nauwelijks nodig; korenbloemen groeien van nature op schrale akkerranden en bloeien juist rijker op arme grond. Groeit de plant op zeer uitgeputte grond, dan kun je in maart of april eenmalig een lichte gift compost door de bovenlaag werken of een handvol organische meststof strooien. Vermijd stikstofrijke mest, want dat geeft veel blad en weinig bloemen. Overwinteren is geen issue: de plant is winterhard tot zone 2a en jonge plantjes uit najaarsplanting overleven vorst zonder problemen. Afdekken is niet nodig. Korenbloemen zijn over het algemeen weinig gevoelig voor ziekten en plagen. Soms komt bladluis voor op jonge scheuten in het voorjaar; spuit deze af met water of gebruik een zachte zeepoplossing. Meeldauw kan optreden bij vochtig, warm weer en slechte luchtcirculatie; voorkom dit door niet te dicht te zaaien en niet te bemesten. Mulchen is af te raden, omdat korenbloemen een open, luchtige bodem prefereren. Verwijder wel regelmatig onkruid met de hand, vooral in de eerste weken na opkomst, zodat de jonge plantjes voldoende licht en ruimte krijgen.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij korenbloem
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je korenbloem
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je korenbloem te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.