Sering (Syringa vulgaris)
Foto: Magnus Manske / Wikimedia Commons / CC BY 1.0bron

Sering

Syringa vulgaris

Engels: Common Lilac

struikOleaceae

Sering (Syringa vulgaris) is een struik uit de familie Oleaceae die tot 500 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de lente met paarse, witte, roze bloemen en trekt bijen en vlinders aan.

Hoogte

200–500 cm

Breedte

200–400 cm

Zonligging

volle zon, halfschaduw

Waterbehoefte

weinig water

Grondsoort

leemgrond, kalkgrond, kleigrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Bloeitijd

lente

Bloemkleuren

paarse, witte, roze

Ecologische waarde

Trekt bijen aan
🦋 Trekt vlinders aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
✂️Snoeien
💧Bemesten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw sering aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Sering plant je bij voorkeur in oktober, november of in het vroege voorjaar (maart-april), wanneer de grond niet bevroren is. Kies een standplaats in volle zon of halfschaduw; in volle zon bloeit de sering het rijkst. De plant gedijt uitstekend op leemgrond, kalkgrond of kleigrond en heeft een voorkeur voor kalkhoudende, goed doorlatende grond. Zware kleigrond mag je verbeteren met compost of grof zand om de drainage te bevorderen. Graaf een plantgat dat minstens twee keer zo breed en diep is als de kluit. Meng de uitgegraven grond met compost of goed verteerde stalmest. Plaats de kluit zo in het gat dat de bovenkant gelijk ligt met het maaiveld of iets hoger; plant niet te diep, want dat kan wortelrot veroorzaken. Vul het gat met de verbeterde grond en druk stevig aan om luchtholtes te vermijden. Houd bij het planten van meerdere seringen een plantafstand van ongeveer 250 centimeter aan, zodat elke struik voldoende ruimte krijgt om uit te groeien tot zijn volle breedte van 200 tot 400 centimeter. Direct na het planten geef je de sering flink water om de wortels goed contact te laten maken met de grond. Breng een laag mulch van 5 tot 7 centimeter aan rond de voet, maar houd de mulch weg van de stam zelf. Dit helpt vocht vast te houden en onderdrukt onkruid. Steun is bij sering niet nodig; de struik groeit stevig en zelfstandig. In de eerste weken na het planten houd je de grond licht vochtig, daarna heeft de plant weinig extra water nodig dankzij zijn lage waterbehoefte.

Snoeien

Sering snoei je direct na de bloei in juni. Dit tijdstip is cruciaal omdat de struik kort na de bloei al nieuwe bloemknoppen aanlegt voor het volgende jaar. Snoei je te laat in het seizoen – bijvoorbeeld in de herfst of winter – dan verwijder je die knoppen en bloeit de sering het jaar daarop nauwelijks of niet. Gebruik een scherpe snoeischaar of voor dikkere takken een snoeizaag. Begin met het verwijderen van alle uitgebloeide bloemtrossen net boven het eerste paar gezonde bladeren of knoppen; dit voorkomt zaadvorming en bespaart de plant energie. Verwijder vervolgens dood, beschadigd of ziek hout tot op gezond weefsel. Snijd ook takken die naar binnen groeien of elkaar kruisen weg om een open kroon te behouden, zodat licht en lucht goed kunnen circuleren. Oudere seringen die te groot worden of van onderen kaal raken, kun je verjongen door elk jaar een derde van de oudste, dikste stammen direct bij de grond weg te zagen. Zo vernieuw je de struik geleidelijk over drie jaar zonder de bloei volledig op te offeren. Wilde uitlopers die vanuit de wortelstok of onderstam opkomen, verwijder je het hele jaar door zo dicht mogelijk bij de basis; deze uitlopers kosten veel energie en bloeien vaak minder mooi. Sering verdraagt rigoureus snoeien goed, maar voor de beste bloei volstaat licht onderhoudssnoei. Desinfecteer je gereedschap tussen planten om ziekteverspreiding te voorkomen.

Onderhoud

Sering heeft een laag waterbehoefte en is na de aangroeiperiode zeer droogtetolerant. In normale Nederlandse zomers volstaat regenwater ruimschoots. Alleen tijdens langdurige droogte in de zomer geef je eens per twee weken een flinke hoeveelheid water (liever één keer diep dan vaak oppervlakkig). Te veel water kan wortelrot veroorzaken, vooral op zware kleigrond. Bemest de sering in maart met een handvol compost of organische meststof rond de voet van de struik. Sering houdt van kalk, dus op zure grond mag je eens per paar jaar wat tuinkalk door de bovenlaag werken. Overdadig bemesten is niet nodig en leidt eerder tot veel blad dan tot rijke bloei; sering is van nature niet veeleisend. Overwinteren is geen issue: sering is winterhard tot zone 3a en verdraagt vorst tot ver onder de -30 °C zonder bescherming. Jonge planten kun je het eerste jaar mulchen met een extra laag bladeren of stro, maar daarna is dat overbodig. Veelvoorkomende plagen zijn bladluizen in het voorjaar op jonge scheuten en bloemtrossen; spuit ze af met water of gebruik zeepsop. Echte meeldauw kan optreden in vochtige, warme zomers en toont zich als wit poederachtig beslag op bladeren; verbeter de luchtstroom door snoeien en verwijder aangetaste bladeren. Seringmineermot veroorzaakt bruine mijngangen in het blad maar tast de vitaliteit zelden ernstig aan. Vernieuw de mulchlaag jaarlijks in het voorjaar om vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken. Verwijder regelmatig wortelopslag om de energie in de hoofdstruik te houden. Met dit eenvoudige onderhoud blijft je sering decennialang gezond en bloeirijk.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij sering

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je sering

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je sering te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.