
Stokbonen
Phaseolus vulgaris
Engels: Pole Beans
Stokbonen (Phaseolus vulgaris) is een eetbaar klimplant uit de familie Fabaceae die tot 300 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de zomer met witte, paarse, roze bloemen en trekt bijen en vlinders aan.
150–300 cm
30–50 cm
volle zon
gemiddeld
leemgrond, zandgrond
gemiddeld onderhoud
zomer
witte, paarse, roze
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
Stokbonen zaai je vanaf half mei tot begin juni, wanneer alle nachtvorstgevaar geweken is en de bodemtemperatuur minimaal 12 °C bedraagt. Deze klimplanten uit de vlinderbloemenfamilie hebben volle zon nodig om goed te gedijen en een rijke oogst te leveren. Kies een beschutte plek, want de lange ranken zijn gevoelig voor windschade. Bereid de grond voor door deze los te spitten tot circa 25 cm diepte. Stokbonen groeien uitstekend op leemgrond en zandgrond, mits de structuur luchtig is. Werk voorafgaand aan het zaaien (april) compost door de bodem, maar vermijd verse dierlijke mest: bonen zijn stikstofbinders en hebben geen extra stikstof nodig. Te veel stikstof leidt juist tot veel blad en weinig peulen. Een pH tussen 6,0 en 7,0 is ideaal. Plaats stevige stokken of een klimrek van minimaal 200 cm hoogte voordat je zaait. Zaai de bonen direct op hun definitieve plek, 3–4 cm diep, met een plantafstand van 30 cm. Je kunt per stok 4–6 bonen in een cirkel zaaien, of in rijen langs een klimnet. Dek de zaden licht af met aarde en druk voorzichtig aan. Water direct na het zaaien matig; te veel vocht laat de zaden rotten. Houd de grond de eerste week licht vochtig. Zodra de kiemplantjes 10–15 cm hoog zijn, leid je de ranken voorzichtig om de stokken of door het net. Stokbonen klimmen linksom (tegen de klok in). Mulch rond de voet met een dun laagje compost of stro om onkruid te onderdrukken en vocht vast te houden.
Snoeien
Stokbonen hoeven niet gesnoeid te worden in de traditionele zin. Er zijn echter wel een paar handelingen die de oogst verbeteren en de plant gezond houden. Het gaat hierbij vooral om het tijdig verwijderen van bepaalde delen en het begeleiden van de groei. Wanneer de ranken de top van je stokken of klimrek bereiken (meestal in juli), knip je de hoofdscheut af. Dit 'koppen' zorgt ervoor dat de plant haar energie stopt in het vormen van zijscheuten en peulen in plaats van eindeloos doorgroeien. Gebruik een schone snoeischaar of knip de top er simpelweg met je vingers af. Dit moment ligt doorgaans 6–8 weken na het zaaien. Verwijder gedurende het seizoen regelmatig de onderste, vergelende bladeren. Deze oudere bladeren kosten de plant energie en vormen een invalspoort voor schimmels zoals botrytis. Pluk ze voorzichtig weg, vooral na regenperiodes wanneer de luchtvochtigheid hoog is. Het allerbelangrijkste bij stokbonen is het regelmatig oogsten van rijpe peulen. Pluk minstens twee keer per week alle eetbare peulen, ook als je ze niet allemaal nodig hebt. Laat je peulen te lang hangen, dan gaat de plant over op zaadvorming en stopt de productie van nieuwe bloemen en peulen. Door consequent te blijven oogsten stimuleer je de plant om door te blijven bloeien tot ver in september. Na de laatste oogst, eind september of bij de eerste nachtvorst, snij je de afgestorven ranken af bij de voet. Laat de wortels in de grond zitten: deze bevatten waardevolle stikstof dankzij de samenwerking met wortelknolbacteriën, wat de bodem verrijkt voor volgteelten.
Onderhoud
Stokbonen hebben gemiddeld water nodig, maar de timing is cruciaal. Houd de grond gelijkmatig vochtig, vooral tijdens de bloei en peulvorming (juni–augustus). Geef 1–2 keer per week een flinke hoeveelheid water (circa 10 liter per m²), liever grondig dan oppervlakkig. Water bij voorkeur 's ochtends aan de voet, niet over het blad, om schimmelziekten te voorkomen. In droge zomers kan extra water het verschil maken tussen een matige en overvloedige oogst. Bemesten doe je spaarzaam. In april, voor het zaaien, werk je compost door de bodem. In mei, wanneer de planten circa 20 cm hoog zijn, kun je eenmalig een kaliumrijke meststof geven (bijvoorbeeld patentkali of houtasextract) om de bloei en peulvorming te stimuleren. Vermijd stikstofrijke meststoffen: stokbonen binden zelf stikstof uit de lucht via wortelknolletjes en teveel stikstof geeft weelderig blad ten koste van de oogst. Overwinteren is niet aan de orde: stokbonen zijn eenjarig en sterven af na de eerste nachtvorst. Ruim in het najaar de afgestorven ranken op, maar laat de wortels zitten om de bodem te verrijken. Veelvoorkomende plagen zijn bladluizen (vooral op jonge scheuten) en de bonenvlieg, waarvan de larven de zaden en kiemplanten aantasten. Dek pas gezaaide rijen af met insectengaas. Schimmelziektes zoals meeldauw en boonenvuur komen voor bij vochtig weer. Zorg voor goede luchtcirculatie door voldoende plantafstand aan te houden en verwijder aangetast blad direct. Mulch de voet van de planten met een laagje stro of compost om vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken, maar houd de mulch weg van de stengelbasis om rotting te voorkomen.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij stokbonen
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je stokbonen
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je stokbonen te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.