
Theeplant
Camellia sinensis
Engels: Tea plant
Theeplant (Camellia sinensis) is een wintergroen, eetbaar struik uit de familie Theaceae die tot 200 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in halfschaduw tot volle zon en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de herfst met witte bloemen en trekt bijen aan.
60–200 cm
60–150 cm
halfschaduw, volle zon
gemiddeld
veengrond, leemgrond
gemiddeld onderhoud
herfst
witte
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| ✂️Snoeien | ||||||||||||
| 💧Bemesten | ||||||||||||
| 🍎Oogsten |
Verzorgingstips
Planten
De theeplant (Camellia sinensis) is een niet-winterharde kuipplant die je in een grote pot of kuip cultiveert. Kies een ruime pot van minimaal 30 liter met goede drainagegaten, zodat overtollig water gemakkelijk weg kan lopen. Leg op de bodem een laag hydrogranulaat of potscherven voor extra drainage. Gebruik een zure potgrond, bij voorkeur een mengsel van veengrond en leemgrond met een pH tussen 4,5 en 6,0. Camellia's zijn kalkgevoelig, dus vermijd potgrond met kalk of leidingwater in kalkrijke gebieden. De beste plantmomenten zijn mei, wanneer alle nachtvorstgevaar geweken is, of september, zodat de plant nog kan wortelen voor de winter. Plant de theeplant op dezelfde diepte als hij in de kweekpot stond; te diep planten kan wortelrot veroorzaken. Druk de grond goed aan en water direct na het planten grondig, zodat de kluit volledig vochtig wordt en luchtzakken verdwijnen. Plaats de kuip op een beschutte plek in de halfschaduw of volle zon. In volle zon groeit de plant compacter en produceert meer bladeren voor thee-oogst, maar in de heetste zomermaanden kan lichte middagschaduw verbranding van de bladeren voorkomen. Zorg voor een windluwe standplaats, omdat de theeplant gevoelig is voor koude wind en uitdroging. Zet de pot op pootjes of een verhoging, zodat het water vrij kan weglopen. Mulch de bovenkant van de pot met een laagje dennennaalden of schors om vocht vast te houden en de wortels koel te houden. Geef de eerste weken regelmatig water, maar laat de grond tussen de waterbeurten licht opdrogen. Vermijd dat de plant in een schotel met water blijft staan.
Snoeien
De theeplant snoei je bij voorkeur in maart of april, aan het einde van de winter en voor de nieuwe groei begint. Op dit moment is de plant nog in rust, maar gaat hij zich voorbereiden op het groeiseizoen. Snoeien in deze periode stimuleert een compacte, bossige groei en voorkomt dat de struik te ijl wordt. Gebruik een scherpe, schone snoeischaar om infecties te voorkomen. Verwijder allereerst alle dode, beschadigde of zieke takken tot op gezond hout. Knip daarna takken die naar binnen groeien of elkaar kruisen weg, zodat licht en lucht goed door de plant kunnen circuleren. Dit vermindert het risico op schimmelziekten. Voor een compacte vorm kun je de theeplant licht vormsnoeien door de uiteinden van de takken met ongeveer een derde terug te knippen. Knip net boven een naar buiten gericht blad of knop, zodat de nieuwe scheut in de gewenste richting groeit. Als je de plant gebruikt voor thee-oogst, is regelmatig plukken van jonge bladeren en topscheuten (mei tot juli) in feite ook een vorm van snoeien die de plant aanmoedigt om nieuwe, verse scheuten te produceren. Oudere, verwaarloosde planten kun je rigoureuzer terugsnoeien tot op 30–50 cm hoogte. De theeplant herstelt zich goed en zal vanuit het oude hout weer uitlopen. Doe dit wel gefaseerd over twee jaar om de plant niet te veel te verzwakken. Verwijder het hele jaar door uitgebloeide bloemen en vergeelde bladeren. Dit houdt de plant gezond en voorkomt zaadvorming, die ten koste gaat van de bladproductie. Snoeien is niet strikt noodzakelijk voor de overleving van de plant, maar zorgt wel voor een mooiere vorm en betere oogst.
Onderhoud
Water de theeplant regelmatig, vooral tijdens de groeiperiode van april tot september. Houd de grond gelijkmatig vochtig, maar niet doorweekt. Laat de bovenste laag grond licht opdrogen tussen de waterbeurten. Gebruik bij voorkeur regenwater of ontkalkt water, omdat de plant gevoelig is voor kalk. In de zomer kan dit twee tot drie keer per week betekenen, afhankelijk van de temperatuur en potgrootte. Controleer regelmatig door je vinger in de grond te steken. Bemest de theeplant in april en juni met een speciale rododendronmest of azalea-meststof, die speciaal is samengesteld voor zuurminnende planten. Volg de dosering op de verpakking. Vermijd bemesting na juli, zodat de plant zich kan voorbereiden op de winterrust en het nieuwe hout kan verharden. Overwinteren is cruciaal voor deze niet-winterharde kuipplant. Breng de theeplant voor de eerste nachtvorst (meestal eind oktober) naar binnen, naar een koele, lichte plek met een temperatuur tussen 5 en 10 °C. Een onverwarmde serre, koele garage met raam of veranda is ideaal. Te warme overwintering leidt tot slappe groei en bladval. Geef in de winter minder water; houd de kluit net vochtig genoeg om uitdroging te voorkomen, maar vermijd natte voeten. Bemest niet in de winter. Veelvoorkomende problemen zijn schimmelziekten door te vochtige omstandigheden en schildluis, vooral in de winter. Controleer regelmatig de bladeren en verwijder plagen met een vochtige doek of gebruik biologische bestrijding. Bruine bladranden duiden op te droge lucht of te weinig water. Mulch de pot in de zomer met schors om vocht vast te houden en de wortels koel te houden.
Meer over deze plant
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je theeplant
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je theeplant te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.