Tuinboon (Vicia faba)
Foto: Rasbak / Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0bron

Tuinboon

Vicia faba

Engels: Broad Bean

groenteFabaceaeEetbaar

Tuinboon (Vicia faba) is een eetbaar groente uit de familie Fabaceae die tot 120 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de lente en zomer met witte, zwarte bloemen en trekt bijen aan.

Hoogte

60–120 cm

Breedte

20–30 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, kleigrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Bloeitijd

lente, zomer

Bloemkleuren

witte, zwarte

Ecologische waarde

Trekt bijen aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
✂️Snoeien
🍎Oogsten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw tuinboon aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Tuinbonen kun je op twee momenten in het jaar zaaien: in het vroege voorjaar (februari tot april) of in het najaar (oktober-november) voor een vroege oogst het volgende jaar. Kies een plek in volle zon met een vruchtbare, goed doorlatende leemgrond of kleigrond. Tuinbonen zijn vlinderbloemigen die zelf stikstof binden, dus ze stellen geen hoge eisen aan de bodem, maar vermijd te zure of te lichte grond. Bereid de grond voor door onkruid te verwijderen en de bovenlaag los te maken. Werk eventueel wat compost door de grond, maar overdrijf niet met stikstofrijke mest – dat bevordert bladgroei ten koste van peulen. Zaai de bonen direct in de volle grond op 4 tot 5 cm diepte. Houd een plantafstand aan van ongeveer 20 cm tussen de bonen in de rij, en 40 tot 50 cm tussen de rijen. Dit geeft de planten voldoende ruimte om uit te groeien tot hun uiteindelijke hoogte van 60 tot 120 cm. Voor een najaarsaanplant kies je bij voorkeur een winterharde variëteit. Deze bonen kiemen voor de winter en overwinteren als kleine plantjes, wat een vroege oogst in mei oplevert. Voorjaarszaai levert bonen op vanaf juni. Zaai niet te diep: tuinbonen kiemen het beste bij bodemtemperaturen tussen 5 en 15 graden Celsius. Direct na het zaaien geef je een lichte watergift om de kieming op gang te brengen. Bescherm najaarszaai eventueel met een laagje stro of vlies bij strenge vorst. Zet bij voorjaarszaai een rij bamboestokken of touw langs de planten zodra ze 20 cm hoog zijn, zodat ze steun hebben tegen wind.

Snoeien

Tuinbonen snoeien in de traditionele zin is niet nodig, maar er is wel een belangrijke verzorgingsmaatregel die in mei en juni plaatsvindt: het aftoppen van de planttoppen. Zodra de planten volop in bloei staan en de onderste bloemtrossen al kleine peulen hebben gezet, knip je de bovenste 10 tot 15 cm van de plant af. Dit doe je meestal vanaf half mei tot begin juni, afhankelijk van je zaaimoment. Het aftoppen heeft meerdere voordelen. Ten eerste stimuleert het de plant om energie te steken in het vullen van de peulen in plaats van in verdere lengtegroei. Ten tweede voorkom je dat de toppen te zwaar worden en omwaaien. Het belangrijkste voordeel is echter dat je hiermee de zwarte bonenluis de wind uit de zeilen neemt. Deze plaag vestigt zich bij voorkeur op de jonge, sappige toppen. Door deze weg te knippen, verwijder je in één keer een groot deel van de luiskolonie en voorkom je verdere verspreiding. Gebruik een schone snoeischaar of knip de toppen er gewoon met je vingers af. De afgesnoeide toppen kun je overigens gewoon eten – ze smaken heerlijk als groente, vergelijkbaar met erwtenranken. Controleer na het toppen regelmatig of er zich opnieuw luis vestigt op de zijscheuten. Verwijder eventueel ook beschadigde of zieke bladeren aan de onderkant van de plant om de luchtstroom te bevorderen. Als je de bonen laat staan voor zaadwinning, laat dan enkele planten volledig uitgroeien zonder te toppen. Voor een gewone oogst is het aftoppen in mei-juni echter de standaardpraktijk die zorgt voor gezondere planten en een betere opbrengst.

Onderhoud

Tuinbonen hebben een gemiddelde waterbehoefte. Houd de grond gelijkmatig vochtig, vooral tijdens de bloei en peulvorming in mei en juni. In droge periodes geef je één tot twee keer per week een flinke watergift, liever grondig dan oppervlakkig. Te veel water vermijd je: tuinbonen zijn gevoelig voor schimmelziekten bij stagnerende vocht. Klei- en leemgrond houden vocht goed vast, dus controleer altijd eerst of de bovenste laag al droog is voordat je water geeft. Bemesten is bij tuinbonen niet nodig – sterker nog, het is af te raden. Als vlinderbloemige bindt de plant via wortelknolletjes zelf stikstof uit de lucht. Extra stikstofbemesting leidt tot weelderige bladgroei maar minder peulen. Bij zeer arme grond kun je bij het planten wat compost toevoegen, maar dat is voldoende. Na de oogst laat je de wortels in de grond zitten; ze verrijken de bodem met stikstof voor het volggewas. Tuinbonen zijn winterhard tot zone 3a, dus najaarsaanplant overleeft de winter zonder problemen. Bescherm jonge plantjes bij extreme vorst (onder -10°C) met een laagje stro. Voorjaarsaanplant verdraagt lichte nachtvorst goed. De belangrijkste plaag is zwarte bonenluis, die zich vanaf mei massaal kan vestigen op de toppen. Bestrijding: toppen afknippen (zie snoei-instructies) en eventueel afspoelen met water of behandelen met groene zeep. Chocoladevlekkenziekte (bruine vlekken op blad en peulen) komt voor bij vochtig weer; voorkom dit door voldoende plantafstand en goede drainage. Mulchen met stro helft tegen onkruid en houdt de bodem koel, maar leg de mulch niet te dik – tuinbonen houden van een wat koelere, maar niet te vochtige wortelomgeving.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij tuinboon

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je tuinboon

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je tuinboon te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.