Tulp (Tulipa gesneriana)
Foto: John O'Neill / Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0bron

Tulp

Tulipa gesneriana

Engels: Tulip

bolgewasLiliaceae

Tulp (Tulipa gesneriana) is een bolgewas uit de familie Liliaceae die tot 60 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de lente en late lente met rode, gele, roze, paarse, witte, oranje bloemen en trekt bijen aan.

Hoogte

20–60 cm

Breedte

10–15 cm

Zonligging

volle zon, halfschaduw

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, zandgrond, kalkgrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Bloeitijd

lente, late lente

Bloemkleuren

rode, gele, roze, paarse, witte, oranje

Ecologische waarde

Trekt bijen aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
💧Bemesten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw tulp aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Tulpen plant je als bolgewas in de herfst, bij voorkeur in oktober of november. Dit geeft de bollen voldoende tijd om voor de winter te wortelen. Kies een standplaats in volle zon of halfschaduw; tulpen bloeien het rijkst op een zonnige plek, maar tolereren lichte schaduw goed. De grond moet goed doorlatend zijn – leemgrond, zandgrond en kalkgrond zijn allemaal geschikt, mits er geen wateroverlast optreedt. Zware kleigrond verbeter je door zand of compost door te werken voor een betere drainage. Bereid de grond voor door onkruid te verwijderen en de bodem los te maken tot ongeveer 25 centimeter diep. Plant de tulpenbollen met de punt naar boven op een diepte van ongeveer twee tot drie keer de bolhoogte, wat neerkomt op 10 tot 15 centimeter diep. Houd een plantafstand van 15 centimeter aan tussen de bollen voor een mooi, gevuld effect. Je kunt tulpen ook in groepen planten voor een natuurlijke uitstraling, of in rijen voor een formele tuin. Druk de bollen stevig aan en dek ze af met grond. Water direct na het planten matig om de worteling op gang te brengen, maar overdrijf niet – de grond moet vochtig zijn, niet doorweekt. Een laagje compost of bladmulch van 3 tot 5 centimeter beschermt de bollen tegen extreme vorst en houdt onkruid tegen. In potten plant je tulpen iets dichter op elkaar (circa 10 centimeter) en zorg je voor voldoende drainagegaten. Tulpen in potten kunnen na het planten in een koele schuur of tegen een beschutte noordmuur worden gezet tot de vorst invalt.

Snoeien

Tulpen hebben geen traditionele snoei nodig zoals heesters of vaste planten, maar er zijn wel specifieke handelingen die je na de bloei moet uitvoeren om de bollen gezond te houden. Zodra de bloemen zijn uitgebloeid – meestal eind april tot half mei – knip je de bloemhoofden eraf. Dit voorkomt zaadvorming, wat veel energie kost die de bol nodig heeft om zich te herstellen en reserves op te bouwen voor volgend jaar. Gebruik een schone snoeischaar of knip de steel direct onder het bloemhoofd af. Laat het blad echter volledig staan. Dit is cruciaal: het groene loof voert nog wekenlang fotosynthese uit en voedt de bol. Pas wanneer het blad volledig geel en verdroogd is – meestal eind juni of begin juli – mag je het verwijderen. Knip of trek het voorzichtig weg. Veel tuinders vinden het vervelend om wekenlang geel blad te zien; je kunt dit maskeren door eenjaren of vaste planten tussen de tulpen te planten die in mei en juni uitgroeien en het verlepte blad aan het zicht onttrekken. Als je tulpen in potten hebt staan, gelden dezelfde regels. Na het verwelken van het blad kun je ervoor kiezen de bollen in de pot te laten zitten (mits droog bewaard) of ze op te graven, te drogen en koel en donker te bewaren tot de herfst. Tulpen die je jaarlijks wilt laten terugkomen, kun je het beste met rust laten in de grond. Sommige cultivars verwilderen goed, andere bloeien na een paar jaar minder rijk. In dat geval graaf je de bollen na drie tot vier jaar op, scheid je de kleine bolletjes af en herplant je alleen de grote exemplaren.

Onderhoud

Tulpen zijn onderhoudsarme bolgewassen, maar een paar gerichte handelingen verhogen de bloeirijkdom. Water geven is vooral belangrijk in het voorjaar, tijdens de groei- en bloeifase van maart tot mei. Geef water als de bovenste laag grond droog aanvoelt, maar voorkom dat de grond drassig wordt – tulpenbollen zijn gevoelig voor rotting. In een normale Nederlandse lente met voldoende regen hoef je nauwelijks bij te giezen. In droge periodes geef je één keer per week een flinke gift, zodat het water diep doordringt. Na de bloei, wanneer het blad nog groen is, blijf je matig water geven om de bol te voeden. Bemesten doe je in maart, zodra de eerste scheuten boven de grond komen. Gebruik een speciale bollenmest of een algemene tuinmest met een hoger fosfor- en kaliumgehalte (NPK 5-10-10 of vergelijkbaar). Strooi de korrels rond de planten en werk ze licht in. Dit bevordert wortelgroei en bloemvorming. Een tweede bemesting direct na de bloei helpt de bol herstellen, maar is niet strikt noodzakelijk als je grond vruchtbaar is. Tulpen zijn winterhard tot zone 3a, dus overwinteren in de volle grond is geen probleem. Een mulchlaag van 5 centimeter beschermt tegen extreme vorst. Let in vochtige winters op tulpenvuur (Botrytis tulipae), een schimmelziekte die bruine vlekken op blad en bloemen veroorzaakt. Verwijder aangetaste planten direct en verbeter de drainage. Muizen en woelmuizen eten graag tulpenbollen; bescherm ze bij het planten met een bollenmandje of kippengaas. Bladluizen kunnen in het voorjaar op jonge scheuten verschijnen; spuit ze af met water of gebruik een zachte zeepoplossing.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij tulp

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je tulp

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je tulp te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.