Vuurdoorn (Pyracantha coccinea)
Foto: Algont / Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0bron

Vuurdoorn

Pyracantha coccinea

Engels: Firethorn

struikRosaceaeWintergroen

Vuurdoorn (Pyracantha coccinea) is een wintergroen struik uit de familie Rosaceae die tot 350 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de lente en zomer met witte bloemen en trekt bijen en vogels aan.

Hoogte

150–350 cm

Breedte

100–250 cm

Zonligging

volle zon, halfschaduw

Waterbehoefte

weinig water

Grondsoort

leemgrond, kleigrond, kalkgrond, zandgrond

Onderhoud

gemiddeld onderhoud

Bloeitijd

lente, zomer

Bloemkleuren

witte

Ecologische waarde

Trekt bijen aan
Trekt vogels aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
✂️Snoeien
💧Bemesten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw vuurdoorn aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Vuurdoorn plant je het beste in maart, april, september of oktober, wanneer de grond voldoende vochtig is en de plant goed kan wortelen voor respectievelijk de zomer of winter. Kies een standplaats in volle zon of halfschaduw; in volle zon krijg je de rijkste bloei en de meeste bessen, maar halfschaduw verdraagt de plant ook goed. Vuurdoorn is zeer tolerant wat betreft grondsoort en gedijt op leemgrond, kleigrond, kalkgrond en zandgrond, zolang de grond maar goed doorlatend is en geen langdurige wateroverlast kent. Bereid de grond voor door onkruid te verwijderen en de plantplaats goed los te spitten. Graaf een plantgat dat ongeveer anderhalf keer zo breed en diep is als de kluit. Meng de uitgegraven grond eventueel met wat compost voor een betere start, hoewel vuurdoorn geen veeleisende plant is. Plaats de struik zo diep in het gat dat de bovenkant van de kluit gelijk ligt met het maaiveld. Vul het gat aan met aarde en druk stevig aan om luchtzakken te voorkomen. Houd bij het planten van een haag een plantafstand van 50 centimeter aan voor een dicht, ondoordringbaar resultaat. Voor solitaire exemplaren of groepsplanting kun je ruimer planten, rekening houdend met de uiteindelijke breedte van 100 tot 250 centimeter. Geef direct na het planten royaal water, ook al heeft vuurdoorn een laag waterbehoefte; dit helpt de wortels goed contact te maken met de omringende grond. Breng een laagje mulch aan rond de voet om vocht vast te houden en onkruidgroei te beperken. Wil je vuurdoorn als leiboom of tegen een muur laten groeien, plaats dan meteen een stevig frame of draadconstructie waar je de takken aan kunt binden.

Snoeien

Vuurdoorn snoei je op twee momenten in het jaar: in maart en in augustus. De voorjaarssnoei in maart is bedoeld voor het in vorm houden en het verwijderen van dood, beschadigd of ziek hout. Snoei vóór de bloei begint, zodat je de bloeiende takken niet weghaalt; vuurdoorn bloeit namelijk op het oudere hout van het vorige jaar. Verwijder takken die naar binnen groeien of elkaar kruisen, en houd de struik open genoeg voor goede luchtcirculatie, wat schimmelziekten helpt voorkomen. De augustussnoei is een lichte correctiesnoei na de bloei. Nu kun je te lange of storende takken inkorten zonder de bessenvorming te verstoren, want de bessen zitten al aan de plant. Let op: te rigoureus snoeien in augustus haalt wel veel bessen weg, dus beperk je tot het bijwerken van de vorm en het verwijderen van wildgroei. Gebruik een scherpe snoeischaar of heggeschaar voor gladde sneden die snel genezen. Bij vuurdoorn als haag kun je twee keer per jaar vormsnoeien, maar hou er rekening mee dat je daarmee een deel van de bloemen en bessen opoffert. Wil je juist veel bessen, snoei dan minimaal en alleen waar nodig. Draag bij het snoeien altijd handschoenen en beschermende kleding: vuurdoorn heeft scherpe, stevige doorns die gemakkelijk de huid doorboren. Desinfecteer je gereedschap na gebruik, vooral als je zieke takken hebt verwijderd, om verspreiding van bacterievuur of andere ziekten te voorkomen. Jonge planten hebben de eerste twee jaar nauwelijks snoei nodig, alleen het verwijderen van dode of beschadigde takjes volstaat.

Onderhoud

Vuurdoorn heeft een laag waterbehoefte en is eenmaal goed geworteld zeer droogtetolerant. Geef in het eerste groeiseizoen na het planten regelmatig water, vooral tijdens droge perioden, om de wortelontwikkeling te stimuleren. Daarna hoef je alleen bij langdurige droogte in de zomer bij te gieten; de plant redt zich meestal prima met regenwater. Vermijd wateroverlast, want vuurdoorn houdt niet van natte voeten en kan daar wortelrot van krijgen. Bemest vuurdoorn in maart of april met een organische meststof zoals compost of een langzaamwerkende korrelmest voor heesters. Een jaarlijkse bemesting is voldoende; te veel stikstof levert weelderige bladgroei op ten koste van bloei en bessen. Breng in het voorjaar een laagje compost of turf aan rond de voet als mulch; dit voedt de grond en houdt onkruid tegen. Vuurdoorn is wintergroen en winterhard in zone 5a tot 9b, dus overwinteren in Nederland en Vlaanderen vormt geen probleem. Jonge planten kun je het eerste jaar beschermen met een laagje mulch rond de wortelzone bij strenge vorst, maar dat is zelden nodig. De belangrijkste ziekte bij vuurdoorn is bacterievuur, een ernstige bacteriële infectie die zich uit in bruinzwarte, verschroeide twijgen en bloemen. Verwijder aangetaste delen onmiddellijk tot in het gezonde hout en verbrand ze; desinfecteer je gereedschap daarna grondig. Schurft kan bruine vlekken op bladeren en bessen veroorzaken; zorg voor goede luchtcirculatie door regelmatig snoeien. Bladluizen komen soms voor op jonge scheuten; spuit ze af met water of gebruik een zachte zeepoplossing. Controleer de plant regelmatig, vooral in vochtige perioden, om problemen vroegtijdig te signaleren.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij vuurdoorn

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je vuurdoorn

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je vuurdoorn te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.