
Sla
Lactuca sativa
Engels: Lettuce
Sla (Lactuca sativa) is een eetbaar groente uit de familie Asteraceae die tot 30 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon tot halfschaduw en vraagt gemiddeld onderhoud.
15–30 cm
20–30 cm
volle zon, halfschaduw
veel water
leemgrond, kleigrond
gemiddeld onderhoud
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| 💧Bemesten | ||||||||||||
| 🍎Oogsten |
Verzorgingstips
Planten
Sla (Lactuca sativa) zaai je vanaf maart tot en met augustus, afhankelijk van het ras en het gewenste oogstmoment. Voor een doorlopende oogst kun je elke twee tot drie weken een kleine hoeveelheid zaaien. Kies een plek in volle zon of halfschaduw; in de zomer verdraagt sla lichte schaduw zelfs beter omdat te veel hitte en zon schieten (vroegtijdig bloeien) kan veroorzaken. De grond moet vruchtbaar, humusrijk en goed doorlatend zijn. Leemgrond en kleigrond zijn geschikt, mits je deze vooraf verrijkt met compost of goed verteerde mest om de structuur luchtiger te maken en het vochtvasthoudend vermogen te verbeteren. Zaai sla direct in de volle grond op een diepte van ongeveer 0,5 tot 1 centimeter. Maak ondiepe zaairijen met een onderlinge afstand van 25 tot 30 centimeter. Strooi het zaad dun uit en dek licht af met fijne grond. Houd de grond na het zaaien gelijkmatig vochtig; sla ontkiemt binnen 7 tot 14 dagen. Wanneer de zaailingen twee tot drie echte blaadjes hebben, dun je ze uit tot een plantafstand van 25 centimeter. De uitgedunde plantjes kun je eventueel elders herplanten of gebruiken in de keuken. Je kunt sla ook vooraf in zaaikistjes of perspecullen zaaien en later uitplanten. Plant de jonge slaatjes op dezelfde afstand van 25 centimeter, met de wortelkluit net op of iets onder het maaiveld. Druk de grond licht aan en geef direct water. Mulch rond de plantjes met een dun laagje compost of gehakseld stro om de grond vochtig te houden en onkruid te onderdrukken. Vroege zaaiingen in maart kun je beschermen met vlies of een tunnelkas tegen nachtvorst.
Snoeien
Sla hoeft niet gesnoeid te worden in de traditionele zin, omdat het een eenjarige bladgroente is die je oogst voordat de plant gaat bloeien. In plaats van snoeien draait het onderhoud bij sla om het tijdig verwijderen van beschadigde of vergeelde buitenste bladeren en het voorkomen van schieten. Controleer je slaplanten wekelijks en verwijder gele, aangevreten of zieke bladeren direct bij de basis. Dit bevordert de luchtstroom rond de plant en vermindert het risico op schimmelziekten zoals valse meeldauw en sla-rot. Wanneer sla begint te schieten – herkenbaar aan een snel opschietende stengel in het hart van de plant – wordt de smaak bitter en is de oogst voorbij. Schieten treedt vooral op bij langere dagen en hogere temperaturen in de zomer, of bij droogtestress. Zodra je ziet dat een plant begint te schieten, kun je deze het beste volledig oogsten of uit de grond halen om ruimte te maken voor nieuwe aanplant. Laat de plant niet doorgroeien, want de bladeren worden dan oneetbaar. Voor pluksla geldt een andere aanpak: je oogst regelmatig de buitenste bladeren door deze met een scherp mesje of schaar net boven de grond af te snijden, terwijl het hart intact blijft. Zo blijft de plant doorgroeien en kun je meerdere keren oogsten. Verwijder ook hier steeds beschadigde of verkleurde bladeren. Gebruik schoon, scherp gereedschap om wondjes te minimaliseren en infecties te voorkomen. Bij kropsla oogst je de hele krop in één keer door deze net boven de grond af te snijden of met wortel en al uit te trekken. Timing is belangrijk: oogst sla 's ochtends vroeg, wanneer de bladeren knapperig en vol vocht zijn.
Onderhoud
Sla heeft een hoge waterbehoefte en vraagt om regelmatig en gelijkmatig water geven. De grond moet constant licht vochtig blijven, vooral tijdens de kieming en groei. Geef in droge perioden om de dag water, bij voorkeur 's ochtends vroeg of 's avonds laat, zodat de bladeren snel kunnen drogen en schimmelziekten worden voorkomen. Vermijd water op de bladeren; giet bij voorkeur aan de voet van de plant. In de zomer, wanneer het warm is, kan dagelijks water nodig zijn. Onregelmatig water geeft stress, wat schieten en bittere smaak bevordert. Bemest sla in april en mei, wanneer de planten actief groeien. Gebruik een stikstofrijke meststof zoals compost, bloedmeel of een organische groentemeststof. Werk voor het zaaien of planten compost door de bovenste laag grond, of strooi een handvol organische korrelmeststof per vierkante meter. Geef halverwege de groeiperiode eventueel een tweede lichte bemesting. Overdaad aan stikstof maakt de bladeren slap en verhoogt de gevoeligheid voor ziekten, dus doseer met mate. Sla is niet winterhard in de traditionele zin; de meeste rassen zijn eenjarig en sterven na de oogst of bij vorst. Voor een najaarsoogst zaai je in juli–augustus winterharde rassen zoals winterkriopsla, die lichte vorst verdragen. Bescherm deze met vlies of een koude bak bij temperaturen onder –5 °C. Veelvoorkomende plagen zijn slakken en bladluizen. Slakken vreten jonge plantjes kaal; bestrijding doe je met biervallen, koperband of handmatig verzamelen. Bladluizen zuigen aan de bladeren; spuit ze af met water of gebruik een zachte zeepoplossing. Valse meeldauw en sla-rot komen voor bij vochtig weer; voorkom dit door goede drainage, ruime plantafstand en het vermijden van water op het blad.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij sla
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je sla
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je sla te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.