
Vroege aardappelen
Solanum tuberosum
Engels: Early potatoes
Vroege aardappelen (Solanum tuberosum) is een eetbaar groente uit de familie Solanaceae die tot 60 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt gemiddeld onderhoud. Bloeit in de zomer met witte, paarse bloemen en trekt bijen aan.
30–60 cm
40–60 cm
volle zon
gemiddeld
leemgrond, zandgrond
gemiddeld onderhoud
zomer
witte, paarse
Ecologische waarde
Verzorgingskalender
| Taak | Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 🌱Planten | ||||||||||||
| 💧Bemesten |
Verzorgingstips
Planten
Vroege aardappelen plant je bij voorkeur in maart of april, zodra de grond niet meer bevroren is en de bodemtemperatuur minimaal 7 °C bedraagt. Kies een plek in volle zon, want aardappelen hebben veel licht nodig voor een goede knolvorming. De ideale grond is luchtige leemgrond of zandgrond met een pH tussen 5,5 en 6,5; te zware kleigrond kun je verbeteren door ruim compost of goed verteerde stalmest door te werken enkele weken voor het poten. Bereid de grond voor door diep te spitten en eventuele onkruidwortels te verwijderen. Werk bij voorkeur organische mest of compost onder, maar vermijd verse dierlijke mest vlak voor het poten omdat dit schurft kan bevorderen. Leg de pootaardappelen op circa 10–12 cm diepte in rechte rijen met een onderlinge plantafstand van 30 cm en een rijafstand van 60–75 cm. Zorg dat de kiemen naar boven wijzen. Vroege rassen hebben vaak al kleine kiemen ontwikkeld; laat deze intact. Dek de pootaardappelen direct na het poten af met een laagje aarde van ongeveer 5 cm. Zodra het loof 10–15 cm boven de grond uitsteekt, begin je met aanaarden: hark of schoffel voorzichtig aarde rondom de plantvoet omhoog tot een ruggetje van 15–20 cm hoog. Dit beschermt de zich ontwikkelende knollen tegen licht (waardoor ze groen en giftig worden) en bevordert de wortelvorming. Herhaal het aanaarden na twee tot drie weken. Water direct na het poten licht aan als de grond droog is, maar vermijd drassigheid. Vroege aardappelen groeien snel en zijn vaak al na 90–110 dagen oogstrijp.
Snoeien
Vroege aardappelen hoef je niet te snoeien in de traditionele zin van het woord. Er zijn geen takken of zijtakken die je moet wegknippen. Het loof groeit boven de grond en produceert via fotosynthese de energie die nodig is voor de knolvorming onder de grond, dus je laat het gewoon staan tijdens de groei. Wat wél belangrijk is, is het verwijderen van bloemen zodra deze verschijnen. Vroege aardappelen bloeien in de zomer met witte of paarse bloemen, maar bloemvorming kost de plant veel energie die ten koste gaat van de knolontwikkeling. Knip of pluk de bloemknoppen en bloemen er daarom regelmatig af zodra je ze ziet. Dit doe je gewoon met je vingers of een schaar; het is geen intensieve klus, maar het loont de moeite voor een betere opbrengst. Tegen de oogsttijd – meestal eind juni tot begin augustus voor vroege rassen – kun je ervoor kiezen het loof af te maaien of plat te trappen. Dit doe je ongeveer twee weken vóór de geplande oogst. Door het loof te verwijderen stopt de groei en krijgen de schillen van de aardappelen de kans om steviger te worden, wat het bewaren vergemakkelijkt. Let op: bij vroege aardappelen die je direct consumeert is dit minder noodzakelijk, maar als je een deel wilt bewaren is het aan te raden. Verwijder het afgestorven of afgemaaide loof altijd uit de tuin en gooi het bij het groenafval, niet op de compost. Aardappelloof kan ziektes zoals phytophthora (aardappelziekte) bevatten die zich anders kunnen verspreiden. Laat na het afmaaien de knollen nog circa tien tot veertien dagen in de grond zitten voordat je ze rooit, zodat de schil goed uithardt.
Onderhoud
Vroege aardappelen hebben een gemiddelde waterbehoefte. In de eerste weken na het poten is de grond meestal nog vochtig genoeg door voorjaarsregens, maar zodra het loof actief groeit en zeker tijdens de knolzetting – vanaf ongeveer zes weken na het poten – is regelmatig water cruciaal. Geef in droge perioden één tot twee keer per week een flinke gift van 15–20 liter per vierkante meter, liever grondig en minder vaak dan dagelijks een beetje. Vermijd water op het blad om schimmelziekten te voorkomen; drup- of slangwater aan de voet is ideaal. Bemest in april, vlak voor of direct na het poten, met een organische mestkorrel of compost (circa 50–70 gram per vierkante meter stikstofrijk product). Geef een tweede gift in mei, zodra het loof goed doorgroeit, bijvoorbeeld met een vloeibare groentemeststof of een handvol kippenmestkorrels per plant. Vermijd te veel stikstof laat in het seizoen, want dat bevordert loof ten koste van knollen. Vroege aardappelen zijn eenjarig en overwinteren niet; na de oogst in de zomer is de teelt klaar. Veelvoorkomende plagen zijn de coloradokever, herkenbaar aan geel-zwart gestreepte kevers en oranje larven. Controleer het loof wekelijks en pluk kevers en eitjes handmatig weg. Phytophthora (aardappelziekte) is de belangrijkste schimmelziekte: bruine vlekken op blad en stengels, vooral bij vochtig weer. Voorkom dit door ruime plantafstand, geen water op het blad, en eventueel preventief spuiten met koperhoudende middelen. Mulch de aardappelruggen na het aanaarden met stro of gemaaid gras; dit houdt vocht vast, onderdrukt onkruid en beschermt knollen extra tegen licht.
Meer over deze plant
Veelvoorkomende problemen bij vroege aardappelen
Combineert goed met
Gerelateerde gidsen
Vergeet nooit meer iets voor je vroege aardappelen
Ontvang een melding wanneer het tijd is om je vroege aardappelen te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.