Winterpeen (Daucus carota)
Foto: Stephen Ausmus / Wikimedia Commons / Public domainbron

Winterpeen

Daucus carota

Engels: Carrot

groenteApiaceaeEetbaar

Winterpeen (Daucus carota) is een eetbaar groente uit de familie Apiaceae die tot 60 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt weinig onderhoud. Bloeit in de zomer met witte bloemen en trekt bijen aan.

Hoogte

30–60 cm

Breedte

15–30 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

gemiddeld

Grondsoort

leemgrond, zandgrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Bloeitijd

zomer

Bloemkleuren

witte

Ecologische waarde

Trekt bijen aan

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
💧Bemesten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw winterpeen aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Winterpeen zaai je in de volle grond tussen maart en juni, afhankelijk van het gewenste oogstmoment. Voor een winteroogst zaai je in juni of begin juli. Kies een plek in de volle zon met luchtige, goed doorlatende grond. Winterpeen gedijt uitstekend op zandgrond en leemgrond, maar de grond moet wel diep losgewerkt zijn – minimaal 25 tot 30 centimeter – zodat de wortels recht naar beneden kunnen groeien zonder obstakels. Verwijder stenen, kluitjes en oude wortelresten om misvormde peen te voorkomen. Werk voor het zaaien compost of oude, goed verteerde mest door de bodem; verse mest geeft te veel stikstof en leidt tot vertakte, harige wortels. Maak ondiepe zaairijen van ongeveer 1 tot 1,5 centimeter diep met een onderlinge afstand van 20 centimeter. Strooi het fijne zaad dun in de rij; je kunt het mengen met wat zand om te voorkomen dat je te dicht zaait. Dek de rij licht af met fijne aarde en druk zachtjes aan. Houd de grond na het zaaien gelijkmatig vochtig; kiemen duurt 10 tot 21 dagen en droogte vertraagt de kieming aanzienlijk. Zodra de zaailingen ongeveer 5 centimeter hoog zijn, dun je ze uit tot een plantafstand van ongeveer 5 tot 8 centimeter. Deze uitgedunde plantjes kun je vaak als jonge worteltjes gebruiken in de keuken. Mulch de rijen licht met gehakseld stro of groencompost om onkruid te onderdrukken en vocht vast te houden, maar overdrijf niet: te dikke mulch kan slakken aantrekken.

Snoeien

Winterpeen hoeft niet gesnoeid te worden in de traditionele zin van het woord. De plant vormt een rozet van fijn gevederd blad boven de grond en de eetbare wortel onder de grond. Er is dus geen sprake van takken of hout dat je moet inkorten. Wat wel belangrijk is, is het tijdig verwijderen van onkruid en het uitdunnen van te dicht gezaaide plantjes, zoals al beschreven bij het planten. Laat het loof tijdens het groeiseizoen gewoon staan; het blad is nodig voor de fotosynthese en de vorming van de wortel. Alleen als blad ziek of sterk beschadigd is door bijvoorbeeld bladluizen of wortelvlieg, kun je aangetaste bladeren weghalen om verdere verspreiding te beperken. Gebruik dan een schone schaar en verwijder het aangetaste materiaal uit de tuin. In het tweede jaar, als je winterpeen laat doorgroeien voor zaadwinning, gaat de plant bloeien. Dan ontstaat er een stevige bloemstengel die tot 60 centimeter of hoger kan worden. Als je geen zaad wilt oogsten, kun je deze bloemstengels afknippen zodra ze verschijnen, maar meestal oogst je de wortels in het eerste jaar en komt het niet zover. Na de oogst in het najaar of de winter knip je het loof kort boven de wortel af. Dit doe je vlak voor of direct na het rooien. Laat niet te veel steel staan, want dat vergroot het risque op rotting tijdens de bewaring. Het loof kun je composteren, tenzij er ziekten of plagen op zaten. Kortom: bij winterpeen draait 'snoeien' vooral om loof beheren en tijdig oogsten, niet om terugsnoeien van hout.

Onderhoud

Winterpeen vraagt een gemiddelde hoeveelheid water. Houd de grond gelijkmatig vochtig, vooral tijdens de kieming en in droge periodes in de zomer. Onregelmatig water geven – periodes van droogte gevolgd door overvloedig water – kan leiden tot gesprongen wortels. Geef bij droogte één à twee keer per week een flinke giefbeurt, zodat het water diep doordringt. Vermijd te natte grond, want dat bevordert schimmelziekten en wortelrot. Bemest winterpeen spaarzaam. In april en mei kun je een lichte gift organische groentemeststof of compost toedienen, maar overdrijf niet: te veel stikstof geeft weelderig blad en vertakte, harige wortels. Winterpeen is een lichte voeders en haalt voldoende voeding uit goed voorbereide grond. Kalium bevordert de wortelontwikkeling, dus een meststof met iets meer kalium dan stikstof is ideaal. Overwinteren van de wortels in de grond is mogelijk in milde winters. Dek het bed af met een dikke laag stro of bladeren zodra de eerste vorst dreigt. Zo kun je de peen vers uit de grond halen tot in februari. In strengere winters of op zware kleigrond is het veiliger om eind november te oogsten en de wortels in een koele, vochtige ruimte te bewaren in kisten met zand. Veelvoorkomende plagen zijn de wortelvlieg en bladluizen. Wortelvlieg legt eitjes bij de wortelhals; de larven vreten gangen in de wortel. Voorkom dit door een fijnmazig insectennet over het gewas te spannen tijdens de vliegperiode in mei-juni en augustus-september. Wissel jaarlijks van plek (vruchtwisseling) om ziektedruk te verlagen. Schimmelziekten zoals meeldauw komen voor bij vochtig weer; zorg voor goede luchtcirculatie en vermijd nat blad 's avonds.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij winterpeen

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je winterpeen

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je winterpeen te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.