Knoflook (Allium sativum)
Foto: Donovan Govan. / Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0bron

Knoflook

Allium sativum

Engels: Garlic

groenteAmaryllidaceaeEetbaar

Knoflook (Allium sativum) is een eetbaar groente uit de familie Amaryllidaceae die tot 60 cm hoog wordt. Deze plant doet het goed in volle zon en vraagt weinig onderhoud.

Hoogte

30–60 cm

Breedte

10–15 cm

Zonligging

volle zon

Waterbehoefte

weinig water

Grondsoort

zandgrond, leemgrond

Onderhoud

weinig onderhoud

Verzorgingskalender

TaakJanFebMrtAprMeiJunJulAugSepOktNovDec
🌱Planten
💧Bemesten
🍎Oogsten
Krijg een mail wanneer dit moment voor jouw knoflook aanbreekt.

Verzorgingstips

Planten

Knoflook plant je bij voorkeur in het najaar, tussen oktober en november, of vroeg in het voorjaar in februari en maart. Herfstplanting geeft meestal grotere bollen omdat de plant een langere groeiperiode heeft. Kies een plek in volle zon; knoflook heeft minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig voor optimale bolontwikkeling. De grond moet goed doorlatend zijn – zandgrond en leemgrond zijn ideaal. Zware kleigrond verbeter je door ruim compost en scherp zand door te werken, zodat wateroverlast wordt voorkomen. Bereid het bed voor door de grond 20 tot 25 centimeter diep om te spitten en onkruid grondig te verwijderen. Werk eventueel wat gerijpte compost door de bovenste laag. Verdeel de knoflookbol in losse tenen vlak voor het planten; gebruik alleen de grootste, gezonde tenen van de buitenste ring. Plant elke teen met de punt naar boven en de platte kant naar beneden, op een diepte van ongeveer 3 tot 5 centimeter. Houd een plantafstand van 15 centimeter aan tussen de tenen en 25 tot 30 centimeter tussen de rijen. Dit geeft voldoende ruimte voor bolontwikkeling en luchtstroom. Druk de grond licht aan na het planten en geef een matige watergift om de wortels op gang te helpen. Bij herfstplanting mulch je de bedden met een laag van 5 centimeter stro of bladcompost; dit beschermt tegen extreme vorst en onderdrukt onkruid. Bij voorjaarsplanting is mulchen minder noodzakelijk, maar het helpt wel om vocht vast te houden. Knoflook vraagt weinig water, dus overdrijf niet met gieten direct na het planten.

Snoeien

Knoflook hoeft niet gesnoeid te worden in de traditionele zin, omdat het een bolgewas is zonder houtige structuur. Er zijn echter wel een paar handelingen die de oogst ten goede komen. Bij hardneck-variëteiten (knoflook met een harde bloemsteel) verschijnen in mei of juni bloemstengels, ook wel scapes genoemd. Deze krullen zich sierlijk omhoog en vormen aan de top een bloemknop. Het is verstandig om deze bloemstengels weg te knippen zodra ze beginnen te krullen, meestal halverwege de lente. Knip of breek ze af net boven het bladerdek. Door de bloemstengels te verwijderen stopt de plant energie in de bolontwikkeling in plaats van in zaadvorming, wat resulteert in grotere knoflookbollen. De scapes zijn bovendien eetbaar en heerlijk in salades, pesto of roerbakgerechten. Bij softneck-variëteiten (knoflook zonder harde steel, vaak gevlochten verkocht) komen zelden bloemstengels voor, dus daar is dit niet nodig. Wel is het belangrijk om het blad intact te laten tot kort voor de oogst. Het groen voert fotosynthese uit en voedt de bol. Verwijder alleen gele of dode bladeren aan de basis als die verschijnen, om schimmelziekten te voorkomen. Ongeveer twee tot drie weken voor de oogst in juni of juli, wanneer de onderste bladeren beginnen te vergelen maar er nog vier tot zes groene bladeren over zijn, kun je stoppen met water geven. Dit helpt de bollen af te rijpen en de schil steviger te maken. Snijd het loof pas af nádat je de bollen hebt geoogst en laat ze eerst drogen. Gereedschap is nauwelijks nodig; een schaar of mes volstaat voor het verwijderen van scapes.

Onderhoud

Knoflook is een onderhoudsvriendelijke groente met een laag waterbehoefte. Water geven is vooral belangrijk in het voorjaar, tijdens de actieve groeiperiode van maart tot mei. Geef wekelijks water als het droog is, maar houd de grond vochtig en niet doorweekt. Knoflook verdraagt droogte beter dan te veel vocht, wat wortelrot kan veroorzaken. Stop met water geven vanaf half juni, wanneer de bollen beginnen af te rijpen; dit bevordert een stevige schil en betere houdbaarheid. Bemest knoflook in maart met een stikstofrijke organische mest, zoals bloedmeel, kippenmestkorrels of compost. Dit stimuleert bladgroei en bolontwikkeling. Geef een handvol per vierkante meter en werk het licht in. Vermijd bemesting na mei, omdat te veel stikstof laat in het seizoen de bolkwaliteit vermindert en de houdbaarheid verkort. Mulchen met stro, bladcompost of groentecompost helpt onkruid te onderdrukken en vocht vast te houden. Vernieuw de mulchlaag in het voorjaar als die dunner wordt. Onkruid wieden is belangrijk, omdat knoflook slecht concurreert met onkruid om voedingsstoffen en licht. Wied regelmatig met de hand of een schoffel, maar werk oppervlakkig om de ondiepe wortels niet te beschadigen. Knoflook is winterhard tot zone 3a en overleeft Nederlandse winters probleemloos. Bij najaarplanting beschermt een mulchlaag tegen extreme vorst. Veelvoorkomende problemen zijn witrot (Sclerotium cepivorum), een bodemschimmel die witte schimmeldraden en kleine zwarte rustlichaampjes veroorzaakt. Voorkom dit door vruchtwisseling toe te passen: plant knoflook niet vaker dan eens per vier jaar op dezelfde plek. Uivlieg kan ook voorkomen; de larven vreten in de bollen. Dek jonge planten af met insectengaas in april en mei om aantasting te voorkomen.

Meer over deze plant

Veelvoorkomende problemen bij knoflook

Combineert goed met

Gerelateerde gidsen

Gratis verzorgings-herinnering

Vergeet nooit meer iets voor je knoflook

Ontvang een melding wanneer het tijd is om je knoflook te planten, snoeien, bemesten of oogsten — alleen wat voor jouw plant van toepassing is, op het juiste moment.